Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:3086

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 oktober 2024
Publicatiedatum
7 november 2024
Zaaknummer
23-001590-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak rijden met ongeldig verklaard rijbewijs wegens onvoldoende bewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het besturen van een motorrijtuig terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het hof stelde vast dat het oorspronkelijke vonnis bij verstek was gewezen en dat het hoger beroep tijdig was ingesteld.

De tenlastelegging betrof het rijden op 11 oktober 2021 te Alkmaar met een ongeldig verklaard rijbewijs van categorie B. De advocaat-generaal vorderde een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, maar het hof oordeelde dat niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 oktober 2024.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij wist of moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001590-23
datum uitspraak: 17 oktober 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 december 2022 in de strafzaak onder parketnummer 96-148970-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
3 oktober 2024.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep. Voormeld vonnis van de politierechter is bij verstek gewezen. De dagvaarding voor de behandeling ter terechtzitting bij de politierechter is niet in persoon aan de verdachte uitgereikt, zodat de appeltermijn eerst is gaan lopen vanaf het moment waarop de verdachte op de hoogte is geraakt van het vonnis. Het vonnis is op 15 mei 2023 aan de verdachte in persoon uitgereikt. Aangezien 29 mei 2023 een algemeen erkende feestdag betrof, te weten tweede Pinksterdag, liep de appeltermijn tot en met 30 mei 2023. Het op 30 mei 2023 namens de verdachte ingestelde hoger beroep is daarmee tijdig ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 11 oktober 2021 te Alkmaar terwijl hijwist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Herenweg, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren.
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof kan niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte op 11 oktober 2021 wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. M.L.M. van der Voet en mr. D. Greven, in tegenwoordigheid van
mr. M.C. de Rade, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
17 oktober 2024.
mr. D. Greven en mr. M.C. de Rade zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.