Op 28 maart 2021 heeft de verdachte samen met anderen te Medemblik een telefoon en een sleutelbos van het slachtoffer weggenomen met geweld. Het geweld bestond uit slaan, schoppen en het tegen de grond drukken van het slachtoffer, wat een ernstige inbreuk op diens lichamelijke integriteit vormde.
De politierechter veroordeelde de verdachte tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. In hoger beroep stelde het hof vast dat het bewezenverklaarde iets anders luidde dan in eerste aanleg en dat het vonnis vernietigd moest worden. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de diefstal met geweld heeft gepleegd.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de openbare plaats van het delict en de impact op het slachtoffer en omstanders. Tegelijkertijd nam het hof de positieve persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee, zoals zijn werk en geloofsbeoefening. Daarom werd een taakstraf van 180 uur opgelegd, met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een proeftijd van 2 jaar.
De verdachte moet de taakstraf uitvoeren, waarbij voorarrest in mindering wordt gebracht. De verdachte koos domicilie bij zijn raadsman voor de tenuitvoerlegging van de taakstraf, waarmee de raadsman instemde. Het arrest is uitgesproken op 16 januari 2024 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.