De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van het raam van een deur die toebehoorde aan een ander, gepleegd op 24 augustus 2023 te Amsterdam. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar.
De politierechter had een taakstraf en vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd, maar het hof stelde vast dat een geldboete passend was gezien de ernst van het feit en de omstandigheden, waaronder het ontbreken van aanleiding voor vrijheidsbeperkende maatregelen. De verdachte had geen respect getoond voor andermans eigendom en veroorzaakte een beangstigende situatie.
De advocaat-generaal had een geldboete van €250 gevorderd, subsidiair te vervangen door vijf dagen hechtenis, hetgeen door verdachte en raadsman werd aanvaard. Het hof volgde dit en legde de geldboete op, waarbij het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de eerdere vrijheidsbeperkende maatregel werd opgeheven.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 1 augustus 2024.