Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarbij verdachte was vrijgesproken van het eerste feit en veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur voor het tweede feit. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen de vrijspraak.
De tenlastelegging betrof het gezamenlijk omsingelen, slaan en schoppen van het slachtoffer, bedreigingen en het afpakken van diens telefoon. Het hof achtte bewezen dat verdachte samen met anderen op 20 oktober 2022 te Amstelveen een telefoon van het slachtoffer heeft weggenomen met het oogmerk zich die wederrechtelijk toe te eigenen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 150 uur, met een subsidiaire hechtenis van 75 dagen. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met het feit dat verdachte sinds het incident niet opnieuw in aanraking is gekomen met justitie, en dat hij inmiddels een stabieler leven leidt. De straf is gebaseerd op de ernst van het feit en de geldende LOVS-oriëntatiepunten voor openlijke geweldpleging.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 1 augustus 2024.