ECLI:NL:GHAMS:2024:2806

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 augustus 2024
Publicatiedatum
10 oktober 2024
Zaaknummer
23-001909-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 312 SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in zaak diefstal met geweld in vereniging met taakstraf opgelegd

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarbij verdachte was vrijgesproken van het eerste feit en veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur voor het tweede feit. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen de vrijspraak.

De tenlastelegging betrof het gezamenlijk omsingelen, slaan en schoppen van het slachtoffer, bedreigingen en het afpakken van diens telefoon. Het hof achtte bewezen dat verdachte samen met anderen op 20 oktober 2022 te Amstelveen een telefoon van het slachtoffer heeft weggenomen met het oogmerk zich die wederrechtelijk toe te eigenen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 150 uur, met een subsidiaire hechtenis van 75 dagen. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met het feit dat verdachte sinds het incident niet opnieuw in aanraking is gekomen met justitie, en dat hij inmiddels een stabieler leven leidt. De straf is gebaseerd op de ernst van het feit en de geldende LOVS-oriëntatiepunten voor openlijke geweldpleging.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 1 augustus 2024.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur wegens diefstal met geweld in vereniging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001909-23
datum uitspraak: 1 augustus 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 juni 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-078214-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 augustus 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte is bij voormeld vonnis vrijgesproken van feit 1. Ter zake van feit 2 is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair te vervangen door 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Het openbaar ministerie heeft bij akte van 28 juni 2023 beperkt hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak van feit 1.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep ter terechtzitting van 6 februari 2024 door het gerechtshof toegelaten wijziging is – voor zover in hoger beroep aan de orde – aan de verdachte tenlastegelegd dat:
hij op 20 oktober 2022 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit:
- het met meerdere personen omsingelen van voornoemde [slachtoffer], en/of
- het meermalen (door verschillende personen) slaan en/of schoppen tegen voornoemde [slachtoffer], en/of
- het naar voornoemde [slachtoffer] roepen: ‘we gaan je slaan, we gaan je kapot maken, laat me niet je squeezen” en/of
- het afpakken van de telefoon van voornoemde [slachtoffer].
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 20 oktober 2022 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met anderen, een telefoon, dietoebehoorde aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld bestonden uit:
- het met meerdere personen omsingelen van voornoemde [slachtoffer], en
- het meermalen (door verschillende personen) slaan en
/ofschoppen tegen voornoemde [slachtoffer], en
- het naar voornoemde [slachtoffer] roepen: ‘we gaan je slaan, we gaan je kapot maken, laat me niet je squeezen” en
- het afpakken van de telefoon van voornoemde [slachtoffer].
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte vrijgesproken ten aanzien van het tenlastegelegde, voor zover in hoger beroep aan de orde.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde – voor zover in hoger beroep aan de orde – zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan bedreiging met geweld en geweld tegen het slachtoffer waarbij bovendien zijn telefoon is afgepakt. De verdachte heeft samen met zijn mededaders door het bedreigende en gewelddadige karakter van zijn handelen bij het slachtoffer gevoelens van onveiligheid en angst veroorzaakt en inbreuk gemaakt op zijn eigendomsrechten.
In het voordeel van de verdachte weegt het hof mee dat hij sinds het plegen van het onderhavige feit niet opnieuw in aanraking is gekomen met politie en justitie. Ook zou de verdachte momenteel zijn leven wat meer op de rit hebben. Hij werkt en zorgt regelmatig voor zijn neefje en nichtje.
Bij de beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft het hof acht geslagen op de geldende LOVS-oriëntatiepunten. Het hof is van oordeel dat, gelet op dit feitencomplex, aansluiting kan worden gezocht bij straffen die doorgaans worden opgelegd voor openlijke geweldpleging. In de LOVS-oriëntatiepunten is voor openlijke geweldpleging met lichamelijk letsel een taakstraf van 150 uren als uitgangspunt vermeld. Die straf acht het hof ook in dit geval passend en geboden.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. P.F.E. Geerlings en mr. V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 augustus 2024.