ECLI:NL:GHAMS:2024:27
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing onderbewindstelling wegens voldoende zekerheid door volmacht in levenstestament
De betrokkene, geboren in 1931, is sinds maart 2022 opgenomen in een woonzorgcentrum en lijdt aan dementie. Haar dochters en kleindochters zijn betrokken familieleden. De kleindochters verzochten de kantonrechter om onderbewindstelling wegens zorgen over het beheer van haar vermogen, met de wens een onafhankelijke bewindvoerder te benoemen. De kantonrechter stelde het bewind in en benoemde de dochter en schoonzoon tot bewindvoerders.
In hoger beroep stelden de dochter en schoonzoon dat het levenstestament, waarin zij een volmacht hebben om de vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene te behartigen, voldoende waarborg biedt. De kleindochters voerden aan dat de volmacht misbruikt werd, onder meer door de verkoop van de caravan en het huis zonder hun medeweten, en dat de betrokkene niet goed werd geïnformeerd.
Het hof oordeelde dat de betrokkene ten tijde van het levenstestament wilsbekwaam was en dat de volmacht adequaat is. De handelwijze van verzoekers omtrent de caravan en woningverkoop was zorgvuldig en in lijn met de belangen van de betrokkene. De onderlinge familierelaties zijn gespannen, maar dit rechtvaardigt geen onderbewindstelling. Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en hief het bewind op, met het verzoek tot verbetering van de communicatie binnen de familie.
Uitkomst: Het hof heft de onderbewindstelling op en wijst het verzoek tot onderbewindstelling af omdat het levenstestament met volmacht voldoende zekerheid biedt.