In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland is het vonnis bevestigd behalve de strafoplegging, die het hof vernietigt en opnieuw bepaalt. De verdachte werd veroordeeld voor de opzettelijke uitvoer van bijna 4 kilo methamfetamine, een schadelijke stof bestemd voor verdere verspreiding en handel.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 42 maanden op, de advocaat-generaal vorderde 39 maanden waarvan 24 voorwaardelijk. Het hof houdt rekening met de ernst van het feit, eerdere soortgelijke veroordelingen van de verdachte en de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht.
Het hof neemt tevens de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee, waaronder meerdere ernstige gezondheidsproblemen zoals hart- en herseninfarcten, diabetes en amputatie, en het risico op verslechtering bij detentie. Daarom legt het hof een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 38 maanden op, waarvan 24 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, en een geldboete van €1.000.
De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht en het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven. Verder wordt een bedrag van €805,00 dat in beslag was genomen aan de verdachte teruggegeven. Het hof benadrukt met het voorwaardelijke deel de ernst van het feit en de noodzaak dat de verdachte zich in de toekomst van strafbare feiten onthoudt.