ECLI:NL:GHAMS:2024:2584
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek tegen notariskamer wegens schijn van partijdigheid
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren van de notariskamer die het hoger beroep behandelden, nadat hun klacht in de hoofdzaak niet-ontvankelijk was verklaard. Het eerste wrakingsverzoek werd zonder inhoudelijke behandeling afgewezen, waarna een tweede verzoek werd ingediend. Verzoekers stelden dat de notariskamer partijdig was vanwege de bejegening tijdens de zitting, een selectieve en onjuiste weergave in het proces-verbaal en het uitblijven van een reactie op een heropeningsverzoek.
De raadsheren berustten niet in het wrakingsverzoek en verschenen niet op de zitting van de wrakingskamer. De wrakingskamer oordeelde dat hoewel er geen bewijs was van daadwerkelijke partijdigheid, de omstandigheden wel de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid wekten. Dit betrof met name de wijze van verslaglegging, de indruk van onvoldoende aandacht voor verzoekers en het ontbreken van reactie op het heropeningsverzoek.
Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen. De beslissing werd op 27 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de notariskamer wordt toegewezen wegens de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.