ECLI:NL:GHAMS:2024:2555
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis nakoming omgangsregeling tussen ouders
In deze zaak staat de nakoming van een omgangsregeling tussen ouders centraal. De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis dat haar veroordeelt tot het naleven van een omgangsregeling waarbij de man zijn kinderen wekelijks op zondag en via belcontacten mag zien. De vrouw wilde dat de omgang pas zou plaatsvinden nadat het Ouder Kind Team (OKT) was gestart, en stelde dat de omgang onder toezicht moest zijn vanwege eerdere incidenten en communicatieproblemen.
Het hof overweegt dat het spoedeisend belang van de man bij nakoming van de omgangsregeling onverminderd aanwezig is en dat de vrouw geen spoedeisend belang hoeft te stellen om in hoger beroep te komen. Het hof neemt de omgangsregeling zoals vastgelegd in eerdere vonnissen als uitgangspunt, maar constateert dat de regeling nauwelijks is nageleefd. De vrouw voert aan dat de man ook een aandeel heeft in het niet doorgaan van de omgang, maar zij heeft dit onvoldoende onderbouwd.
Het hof oordeelt dat de communicatieproblemen en incidenten zoals het inschakelen van de politie niet voldoende zijn om de omgang op te schorten. De dwangsom blijft van kracht omdat de man al meerdere malen nakoming heeft moeten afdwingen. De grieven van de vrouw falen en het hof bekrachtigt het vonnis, waarbij de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vrouw veroordeelt tot nakoming van de omgangsregeling met haar kinderen.