ECLI:NL:GHAMS:2024:2397
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partner- en kinderalimentatie met zorgregeling en vermijdbaarheid belastingschuld
Partijen zijn na ontbinding van hun geregistreerd partnerschap in geschil over de hoogte van partner- en kinderalimentatie en de zorgregeling voor hun twee minderjarige kinderen. De rechtbank had de man verplicht €205 per kind te betalen en partneralimentatie afgewezen wegens onvoldoende draagkracht.
In hoger beroep verzochten partijen een herziening van de alimentatiebedragen en een regeling voor de zomervakantie. Het hof oordeelde dat de man meer kinderalimentatie kan betalen dan de rechtbank vaststelde, omdat de aflossing van belastingschulden als vermijdbare last niet in mindering mag worden gebracht. De partneralimentatie werd bevestigd afgewezen wegens onvoldoende draagkracht.
Daarnaast stelde het hof een zorgregeling vast waarbij de kinderen in even jaren de eerste drie weken van de zomervakantie bij de man verblijven en in oneven jaren omgekeerd. De ingangsdatum van de kinderalimentatie werd vastgesteld op 1 februari 2024, de datum van ontbinding van het partnerschap.
Uitkomst: De man moet €339 per kind per maand betalen vanaf 1 februari 2024, partneralimentatie wordt afgewezen en een vakantieregeling wordt vastgesteld.