ECLI:NL:GHAMS:2024:2378
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging zorgregeling en afwijzing verzoek tot schorsing ondanks gewijzigde omstandigheden
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de ouders over de zorg- en omgangsregeling voor hun minderjarige kind, vastgesteld bij beschikking van 5 juni 2019. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis dat haar veroordeelde tot nakoming van deze regeling, met een dwangsom bij niet-nakoming. Zij vordert onder meer schorsing van de regeling en een aangepaste omgangsregeling met begeleiding.
De moeder stelt dat de omstandigheden zijn gewijzigd: het kind wil minder contact met de vader, mede vanwege leeftijd en persoonlijke wensen, en de moeder kan het kind niet dwingen. De vader betwist deze stellingen en wijst op het belang van nakoming van de bestaande regeling. Het hof overweegt dat in kort geding slechts kan worden geoordeeld of er zodanig zwaarwegende omstandigheden zijn die nakoming redelijkerwijs onmogelijk maken, hetgeen niet is gebleken.
Het hof neemt het oordeel van de voorzieningenrechter over dat de zorgregeling moet worden nagekomen en dat de dwangsom terecht is opgelegd om naleving te stimuleren. Het bewijsaanbod van de moeder wordt gepasseerd vanwege de kortgedingprocedure. De grieven falen en het vonnis wordt bekrachtigd. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot schorsing van de zorgregeling af wegens ontbreken van zwaarwegende omstandigheden.