Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:2241

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 juli 2024
Publicatiedatum
12 augustus 2024
Zaaknummer
23-000003-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bedreiging met misdrijf tegen het leven en zware mishandeling

Op 15 november 2022 zou verdachte in Alkmaar de aangever hebben bedreigd met woorden als 'ik maak jou en je hond dood', terwijl de aangever met zijn hond het flatgebouw uitliep. De bedreiging werd gekenmerkt door agressieve en laakbare bewoordingen.

De politierechter veroordeelde verdachte, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij. Het hof oordeelde dat ondanks de agressieve toon, er geen situatie was waarin de aangever in redelijkheid vrees kon hebben dat zijn leven of lichamelijke integriteit ernstig in gevaar was.

Ook kon niet worden vastgesteld dat verdachte het opzet had om die vrees te veroorzaken. Daarmee ontbrak een essentieel bestanddeel voor een veroordeling wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven of zware mishandeling.

Het hof hield rekening met het dossier en de zitting, en concludeerde dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden verklaard. De verdachte werd daarom vrijgesproken van de ten laste gelegde bedreiging.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van bedreiging met een misdrijf tegen het leven en zware mishandeling wegens ontbreken van redelijke vrees en opzet.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000003-24
datum uitspraak: 23 juli 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 december 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-065014-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
[adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 15 november 2022 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [aangever] dreigend de woorden toe te voegen: "Kijk, daar heb je die klootzak, ik krijg je nog wel, ik maak jou en je hond dood, motherfucker", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken.

Vrijspraak

Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling is onder meer vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen respectievelijk zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt het hof af dat de verdachte op 15 november 2022 in Alkmaar vanaf zijn balkon naar aangever schreeuwde “kijk, daar heb je die klootzak, ik krijg je nog wel, ik maak jou en je hond dood, motherfucker”, terwijl de aangever met zijn hond het flatgebouw uitliep. Deze uitlatingen kunnen echter niet leiden tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
Dat de geachte laakbare bewoordingen van de verdachte weinig subtiel waren en een agressieve lading droegen, maakt nog niet dat sprake was van een situatie waarin bij de aangever in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou verliezen en evenmin kan worden vastgesteld dat het opzet van de verdachte daarop gericht was.
Gelet hierop zal het hof de verdachte vrijspreken van de ten laste gelegde bedreiging.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. A.R.O. Mooy en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Fritsche, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 juli 2024.
mr. P.C. Verloop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.