De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het witwassen van een geldbedrag van €10.101,55 dat op 10 augustus 2022 bij hem werd aangetroffen in Alkmaar. Hij stelde dat het geld afkomstig was van een casinowinst in Barcelona, maar kon dit niet concreet of verifieerbaar onderbouwen.
Het hof oordeelde dat het vermoeden van witwassen gerechtvaardigd was gezien de omstandigheden waaronder het geld werd aangetroffen, waaronder de hoeveelheid en de wijze waarop de verdachte hierover tegenstrijdige verklaringen aflegde. De verklaring van de verdachte over het casino was onvoldoende concreet, hij kon geen naam van het casino of datum geven en leverde geen ondersteunende stukken. Ook de getuigenverklaring van zijn ex-vriendin ondersteunde zijn verhaal niet.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, verklaarde het bewezen dat de verdachte het geld met kennis van de criminele herkomst bij zich had en veroordeelde hem tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 80 uur en 40 dagen hechtenis, met daarnaast verbeurdverklaring van het geldbedrag. De eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf werd als onvoldoende passend beoordeeld.