Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de zorgregeling voor een minderjarige centraal, waarbij de moeder en vader gezamenlijk het gezag uitoefenen. De procedure loopt sinds 2022 en betreft verzoeken tot uitbreiding van de omgangsregeling, mede vanwege de psychische gesteldheid van de moeder en de ondertoezichtstelling van de minderjarige.
Het hof verwijst naar eerdere beschikkingen en rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming, die aanleiding gaven tot ondertoezichtstelling van de minderjarige. De moeder wenst een uitbreiding van de omgangsregeling, terwijl de vader bezorgd is over de veiligheid en pleit voor een definitief veiligheidsplan met een signaleringsplan.
Het hof oordeelt dat de zorgregeling wordt vastgesteld op het niveau waarbij de minderjarige iedere woensdagmiddag van 12.30 tot 18.00 uur bij de moeder verblijft onder begeleiding. De ondertoezichtstelling maakt uitbreiding mogelijk onder regie van de gezinsvoogd, die ook een definitief veiligheidsplan zal opstellen. Het hof wijst het meer of anders verzochte af en benadrukt het belang van verdere afspraken, zoals een vakantieregeling, in overleg tussen ouders en gezinsvoogd.
Uitkomst: Het hof stelt de zorgregeling vast waarbij de minderjarige wekelijks onder begeleiding bij de moeder verblijft, met ruimte voor uitbreiding onder regie van de gezinsvoogd.