ECLI:NL:GHAMS:2024:2139
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk ouderlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam om het gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarige te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te wijzen. De vader wenst het gezamenlijk gezag te behouden om betrokken te blijven bij beslissingen en informatie over het kind te ontvangen, terwijl de moeder instemt met de beëindiging van het gezamenlijk gezag.
De feiten tonen aan dat de ouders sinds lange tijd niet constructief samenwerken en dat de verstandhouding ernstig verstoord is. De minderjarige verblijft sinds februari 2023 gesloten en wil geen contact met de vader. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren het gezag bij de moeder te laten, omdat dit in het belang van het kind is en rust en continuïteit bevordert.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag alleen kan worden gehandhaafd als ouders in staat zijn om gezamenlijk beslissingen te nemen en afspraken te maken, wat hier niet het geval is. Het belang van het kind staat voorop en het is noodzakelijk dat het gezag aan één ouder wordt toegekend. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep van de vader af, met de overweging dat de vader nog steeds recht heeft op informatie over het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijst het hoger beroep van de vader af.