ECLI:NL:GHAMS:2024:2133
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bewind en mentorschap bij vergevorderde dementie met verstoorde familieverhoudingen
De zaak betreft het hoger beroep van de echtgenote tegen de beschikking van de kantonrechter die bewind en mentorschap instelde voor betrokkene, een man met vergevorderde dementie. De kantonrechter had geoordeeld dat betrokkene niet in staat was zijn belangen behoorlijk waar te nemen, waarna bewind en mentorschap werden ingesteld.
De echtgenote verzocht primair om afwijzing van bewind en mentorschap en subsidiair om haar benoeming als bewindvoerder en mentor. De dochter steunde de oorspronkelijke beschikking. De bewindvoerder stemde in met opheffing van het bewind, gezien de stabiele financiële situatie en goede administratie door de echtgenote. De mentor bevestigde de cognitieve beperkingen van betrokkene en benadrukte de noodzaak van mentorschap.
Het hof oordeelde dat het bewind niet langer noodzakelijk is omdat de financiële belangen adequaat worden behartigd door de echtgenote. Het mentorschap blijft gehandhaafd vanwege de geestelijke toestand van betrokkene en de verstoorde verstandhouding tussen echtgenote en dochter, die effectieve samenwerking onmogelijk maakt. De benoeming van een onafhankelijke mentor wordt als het beste belang van betrokkene gezien, mede ter ondersteuning van een soepele overgang naar Curaçao.
De beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd voor zover het bewind na 13 augustus 2024 voortduurt en het bewind wordt opgeheven met ingang van die datum. Het mentorschap blijft ongewijzigd en de beschikking wordt verder bekrachtigd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het bewind wordt opgeheven per 13 augustus 2024, het mentorschap blijft gehandhaafd met een onafhankelijke mentor.