ECLI:NL:GHAMS:2024:2055
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens verblijf bij moeder
Deze zaak betreft de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds 2019 onder toezicht staat en bij de vader woont. De kinderrechter had de machtiging verlengd tot 24 december 2024, maar de moeder kwam in hoger beroep omdat de minderjarige sinds half mei 2024 weer bij haar woont en het verblijf daar goed verloopt.
De moeder stelde dat de omstandigheden verbeterd zijn en dat de machtiging niet langer noodzakelijk is. De GI stond het verblijf bij de moeder toe, maar wilde de machtiging niet beëindigen omdat men dit als een tijdelijke situatie zag. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de machtiging te beëindigen omdat de maatregel geen doel meer dient.
Het hof heeft de mening van de minderjarige gehoord en concludeert dat het verblijf bij de moeder goed gaat, met voldoende ondersteuning en toezicht. De machtiging wordt daarom beëindigd per 4 juli 2024. De machtiging tot die datum wordt bekrachtigd omdat toen de omstandigheden nog anders waren. De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar overige verzoeken die zij had ingetrokken.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt beëindigd per 4 juli 2024 omdat de minderjarige sinds half mei 2024 weer bij de moeder verblijft en het belang van de maatregel is komen te vervallen.