ECLI:NL:GHAMS:2024:1912
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bewindvoering en mentorschap bij dementerende rechthebbende
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter waarin de goederen van een dementerende vrouw onder bewind zijn gesteld en een mentorschap is ingesteld. De kantonrechter had professionele bewindvoerders en mentoren benoemd. De kleindochter van de rechthebbende verzocht in hoger beroep zelf tot bewindvoerder en mentor te worden benoemd, stellende dat de voorkeur van de rechthebbende daartoe uitgaat.
Het hof heeft het verhoor van de rechthebbende afgenomen en concludeerde dat de voorkeur van de rechthebbende uitgaat naar een familielid als mentor en bewindvoerder. De kleindochter heeft zich bereid verklaard deze taken op zich te nemen. De stichting en professionele bewindvoerders stelden dat de benoeming van een onafhankelijke derde rust en stabiliteit bracht.
Het hof oordeelde dat de voorkeur van de rechthebbende voor een familielid als mentor moet worden gerespecteerd en benoemde de kleindochter tot mentor met ingang van 23 juli 2024. Voor het bewind oordeelde het hof anders vanwege twijfels over de geschiktheid van de kleindochter, mede vanwege het niet melden van een geldbedrag, en bekrachtigde de benoeming van de professionele bewindvoerders. De beschikking is in zoverre vernietigd en gewijzigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van professionele bewindvoerders en wijzigt het mentorschap door de kleindochter als mentor aan te wijzen.