ECLI:NL:GHAMS:2024:1813
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing begeleide omgangsregeling tussen vader en minderjarige via Praktijk Irene Heim
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, inzake de omgangsregeling met zijn minderjarige kind. De vader verzocht om vaststelling van een omgangsregeling onder begeleiding van Praktijk Irene Heim, nadat eerdere hulpverlening en contact door de moeder werden geblokkeerd. Het hof nam eerdere tussenbeschikkingen en correspondentie over de voortgang van het hulpverleningstraject mee in haar beoordeling.
De moeder betwistte de blokkade en stelde dat contact veilig en geleidelijk moest verlopen, waarbij de vader zich moest introduceren via wekelijkse kaartjes. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het hof om het hulpverleningstraject te ondersteunen en benadrukte dat veilig contact mogelijk moet zijn. Praktijk Irene Heim gaf aan niet te starten met begeleide omgang zolang lopende klachtenprocedures waren.
Het hof oordeelde dat het in het belang van het kind is dat de omgang zo spoedig mogelijk onder begeleiding start en dat het verzoek van de vader daartoe wordt toegewezen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover het hof hierover oordeelde. Het hof liet de concrete invulling van de omgangsregeling over aan het traject bij Praktijk Irene Heim en de partijen. Tevens werd een afspraak over introductiekaartjes tussen vader en kind onder begeleiding van advocaten gemaakt.
Uitkomst: Het hof bepaalt een onder begeleiding van Praktijk Irene Heim op te bouwen omgangsregeling tussen de vader en het minderjarige kind.