AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging vonnis diefstal in vereniging met bewijsoverweging
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 maart 2022. De verdachte werd verdacht van diefstal gepleegd in vereniging samen met een medeverdachte. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 23 mei 2024 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om het vonnis te bevestigen.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, maar het vonnis aangevuld met een gedetailleerde bewijsoverweging en de toevoeging van artikel 63 vanPro het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wetsartikelen. Uit het bewijs blijkt dat de verdachte en de medeverdachte bewust en nauw hebben samengewerkt bij het plegen van de diefstal in een winkel in Purmerend.
De bewijsmiddelen tonen aan dat zij samen de winkel binnengingen, de verdachte een lege rugzak droeg die in een pashokje werd geplaatst, zij kleding aan elkaar doorgaven en van pashokje wisselden. Toen zij werden aangesproken door een winkelmedewerker, liepen zij direct naar de uitgang en kon een omstander hen niet tegenhouden. Het hof acht daarmee de diefstal in vereniging bewezen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 6 juni 2024. Een van de rechters was buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van diefstal in vereniging en voegt een bewijsoverweging en artikel 63 Sr toe.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000753-22
datum uitspraak: 6 juni 2024
VERSTEK (niet-gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer
15-056826-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2003,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
23 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die ertoe strekt dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
het vonnis aanvult met de hierna volgende bewijsoverweging, en
artikel 63 vanPro het Wetboek van Strafrecht aan de toepasselijke wetsartikelen toevoegt.
Bewijsoverweging
Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] bewust en nauw hebben samengewerkt. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat:
de verdachte en de medeverdachte samen de [winkel] in Purmerend zijn binnengelopen,
de verdachte bij binnenkomst in de winkel de lege rugtas droeg,
de verdachte en de medeverdachte willekeurig kleding van de winkelrekken pakten,
de verdachte de lege rugzak in een pashokje plaatste,
de verdachte en de medeverdachte beiden een eigen pashokje gebruikten, en terwijl zij zich daarin bevonden, kleding aan elkaar doorgaven,
de verdachte en de medeverdachte op enig moment van pashokje zijn gewisseld,
de verdachte en de medeverdachte direct naar de uitgang liepen, toen zij door een winkelmedewerker waren aangesproken en deze medewerker had gezien dat in die tas kleding uit de winkel zat, en het een omstander niet lukte hen beiden tegen te houden.
Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Het hof acht daarmee bewezen, de ten laste gelegde in vereniging gepleegde diefstal.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
6 juni 2024.
Mr. M. Jeltes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.