In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam bevestigd dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een half geladen vuurwapen met munitie in zijn slaapkamer. Het hof overweegt dat de verdachte zich bewust was van het wapen en de munitie, mede gelet op de zichtbare plaats in zijn privédomein en zijn aanwezigheid op het moment van doorzoeking.
De verdediging stelde dat een vriend het wapen zonder medeweten van de verdachte had geplaatst, maar dit werd door het hof als ongeloofwaardig verworpen, mede omdat de verklaring pas na de huiszoeking werd gegeven en de vriend inmiddels is overleden. De rechtbank had een gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd, maar het hof vernietigde dit deel van het vonnis en legde een lichtere straf op.
Het hof hield rekening met het feit dat de verdachte sinds het bewezen feit geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd, een stabiel sociaal netwerk heeft opgebouwd en vader is geworden. Daarom koos het hof voor een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure meegewogen.
De overige onderdelen van het vonnis van de rechtbank werden bevestigd. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 juni 2024.