ECLI:NL:GHAMS:2024:1759
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis en vaststelling nieuwe beëindigingsdatum huur bedrijfsruimte na bewijslevering toezegging
In deze zaak stond centraal of appellant een mondelinge toezegging had gekregen dat zij de gehuurde bedrijfsruimte tot haar pensioen mocht blijven exploiteren. Na uitvoerige bewijslevering, waaronder tien getuigenverhoren, heeft het hof vastgesteld dat appellant deze toezegging niet overtuigend heeft bewezen.
De getuigenverklaringen bevestigden vooral wat appellant zelf aan hen had verteld, zonder directe bevestiging van de vermeende toezegging door de vertegenwoordiger van Leisure. De verklaring van de betreffende directeur dat hij niet bevoegd was dergelijke toezeggingen te doen en dat deze niet schriftelijk waren vastgelegd, werd door het hof geloofwaardig geacht.
Het hof overwoog dat mogelijk sprake was van een misverstand over de duur van het huurcontract, mede door taalbarrières en onjuiste veronderstellingen over opzegbaarheid. Uiteindelijk werd het bestreden vonnis van de kantonrechter bekrachtigd, met uitzondering van de einddatum van de huurovereenkomst en de ontruimingsdatum, die het hof vaststelde op 31 december 2024.
Appellant werd veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam op 25 juni 2024.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van appellant af en stelt de beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming vast op 31 december 2024.