ECLI:NL:GHAMS:2024:166
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing beschermingsbewind wegens voortzetting noodzaak
De rechthebbende, geboren in 1969 en vader van twee kinderen, heeft op 6 juni 2023 zelf het verzoek gedaan tot onderbewindstelling vanwege ernstige psychische problemen en schulden die tijdens een manische periode zijn ontstaan. Het bewind werd ingesteld om zijn financiële belangen te beschermen.
In hoger beroep verzocht de rechthebbende het beschermingsbewind op te heffen, stellende dat zijn situatie gestabiliseerd is door medicatie en medicatietrouw, en dat de schulden beperkt zijn tot circa €2.800,- die hij actief aflost. Hij gaf aan dat een budgetcoach kosteloos ondersteuning kan bieden, terwijl het bewind kosten met zich meebrengt.
De bewindvoerder en de kinderen van de rechthebbende betoogden dat het bewind noodzakelijk blijft zolang de schulden niet volledig zijn afgelost en er risico is op terugval. Het hof oordeelde dat de stabiliteit van de rechthebbende nog relatief kort is en dat een langere periode nodig is om vast te stellen dat het bewind niet langer noodzakelijk is. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek tot opheffing af.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het beschermingsbewind wordt afgewezen omdat de noodzaak ervan nog bestaat.