Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant] ,
[X] B.V.,
ATG GOLD LLC,
AX PRODUCTIONS LLC,
1.de vennootschap naar Europees recht AIRBUS SE, ,
DEUTSCHE BANK AG,
CLEARSTREAM BANKING AG,
DEUTSCHE BÖRSE AG,
QUINTET PRIVATE BANK (EUROPE) SA,als rechtsopvolger onder algemene titel van
InsingerGilissen Bankiers N.V.,
subscription pricetegenover heeft gestaan. MBB is uiteindelijk failliet gegaan. De van de zijde van [appellanten] in het faillissement van MBB ingediende vordering is door de curator niet erkend.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
issuing and paying agencybegeleid. Na uitgifte van de obligaties is het toondercertificaat daarvan (
global certificateof
Globalurkunde) in bewaring gegeven bij Clearstream, de centrale effectenbewaarinstelling (
central securities depository,(CSD)) van Duitsland. Na goedkeuring door Deutsche Börse zijn de Tranche I obligaties opgenomen in handel op de open markt. Handel was toegestaan vanaf 6 mei 2013.
Cooperation and Subscription Agreement’ (met amendement) tussen MBB en de naar Duits recht opgerichte vennootschap [y] GmbH ( [y] ). Op grond van die overeenkomst zouden alle Tranche II obligaties aan [y] worden uitgegeven tegen onmiddellijke betaling door [y] aan MBB van een
subscription priceter hoogte van de nominale waarde van de Tranche II obligaties, € 500 miljoen. De obligaties zijn op 19 december 2013 uitgegeven en geboekt op de rekening van Bankhaus Martin bij Clearstream en in het centrale girodepot opgenomen. Ook deze obligaties waren verhandelbaar via de open markt.
Cooperation and Subscription Agreementgesloten. Daarin is afgesproken dat de Tranche II obligaties uiterlijk 3 januari 2014 via Clearstream
free of paymentzouden worden geleverd op een effectenrekening aangehouden bij Deutsche Bank Londen. Clearstream heeft daartoe op 24 december 2013 de opdracht ontvangen van Bankhaus Martin en de obligaties overgeschreven op rekening van TBT bij Deutsche Bank Londen. Volledige betaling van de
subscription pricediende volgens voornoemd amendement vóór 16 januari 2014 te hebben plaatsgevonden, bij gebreke waarvan MBB het recht verkreeg om via een daartoe strekkende instructie aan Bankhaus Martin de obligaties terug te roepen. Bij opvolgende amendementen van 6 en 31 januari 2014 en 21 februari 2014 werd betaling van de
subscription pricesteeds verder uitgesteld, uiteindelijk tot 31 maart 2014. [y] en TBT hebben de uitgifteprijs niet voldaan.
International Securities Identification Number) en was het, althans voor derden beleggers, niet langer mogelijk om bij levering van de door MBB uitgegeven obligaties een onderscheid aan te brengen tussen de obligaties van Tranche I en Tranche II.
pledge agreementgesloten. In deze overeenkomst is vermeld dat TBT zekerheid zal stellen voor een bedrag van € 14.250.000,- door middel van MBB obligaties waaraan per stuk een nominale waarde van € 1.000,- wordt toegekend. Als TBT of [A] het overeengekomen bedrag niet uiterlijk op 1 juli 2014 betaalt, wordt [X] eigenaar (
entitled bondholder) van de obligaties. Eveneens van 25 april 2014 dateert een door [A] , TBT, [X] en ATG Gold gesloten
settlement and transfer agreement.De handtekeningen van [A] op beide overeenkomsten tonen een opvallende gelijkenis.
escrowrekening zal worden geplaatst. In reactie hierop wordt de handel in MBB obligaties op de open markt op 5 mei 2014 geschorst en eind juni 2014 heeft Clearstream de uitstaande obligaties in haar systeem geblokkeerd. Rond 1 juli 2014 heeft Clearstream haar klanten geïnformeerd over de blokkering van de MBB obligaties.
chief executive officervan MBB, verder: [B] ) antwoordt dat de obligaties uit de boeken van Clearstream zullen worden verwijderd omdat deze ongeldig zijn.
3.Beoordeling
subscription pricestond. Dit valt ook op te maken uit de door [appellanten] in het geding gebrachte transcriptie van een gesprek met [C] van [y] (prod. 97, alineas 219 tot en met 226). Voorts is in het door [appellanten] als productie 123 overgelegde verslag van een bijeenkomst met [B] opgenomen dat het de bedoeling was dat de obligaties vooralsnog (hangende de opening van een
credit linedie [y] of TBT in staat zou stellen aan de openstaande betalingsverplichting te voldoen) op een
custody accountvan TBT bij Deutsche Bank zouden worden bewaard. Uit met producties gestaafde stellingen van [appellanten] volgt dat MBB vanaf 11 april 2014 gepoogd heeft de obligaties terug geleverd te krijgen (inl. dagv. 186, zie ook de brief van MBB aan Deutsche Bank overgelegd als productie 191 in hoger beroep). Uit productie 183 van [appellanten] in hoger beroep volgt voorts dat MBB voordien, bij brief van 3 april 2014, aan [y] heeft verzocht ‘
to initiate the call back’ van de obligaties.
plegde agreementvan 25 april 2014 door [A] zijn verpand – te benadelen. Dat op grond van vereenzelviging met MBB een dergelijke bedoeling wel aan Airbus moet worden toegerekend, valt niet in te zien.
Deutsche Börse (including Clearstream) has already made a provision in their corporate figures because they are aware of their liability”. Dit brengt mee dat de verjaringstermijn zo niet eind 2014 in ieder geval eind 2015 aanving en – nu niet is gebleken van stuitingshandelingen - in ieder geval op 1 januari 2019 was verstreken, zodat de aansprakelijkstelling van Clearstream en Deutsche Börse per brieven van 9 januari 2019 respectievelijk 17 januari 2019 geen effect meer kon sorteren, de vorderingen op hen waren immers toen reeds verjaard.
pledge agreementen
settlement and transfer agreementvan 25 april 2014. Die afspraken houden in dat [X] per die datum de betalingsverplichting van [A] jegens ATG heeft overgenomen en in ruil daarvoor de eigendom van de MBB obligaties heeft verkregen (zie 2, onder vi). Daarmee heeft [X] op 25 april 2014 jegens met name TBT en [A] de MBB obligaties geaccepteerd als betaalmiddel. Als de MBB obligaties waardeloos of gebrekkig waren wegens het onbetaald zijn daarvan, waren ze dat al op 25 april 2014, dat wil zeggen vóór de overboeking die [appellanten] nu aan Deutsche Bank verwijten. Het is dus niet zo dat de MBB obligaties pas waardeloos voor [appellanten] zijn geworden door de aan Deutsche Bank verweten overboeking, en dat pas door die overboeking de schade van [appellanten] is ontstaan.
pledge agreementen
settlement and transfer agreementop 25 april 2014, had kunnen waarschuwen de MBB obligaties niet als betaalmiddel te accepteren, valt niet in te zien. Een waarschuwing na 25 april 2014 zou geen zin hebben gehad, omdat [appellanten] de MBB obligaties toen al hadden geaccepteerd als betaalmiddel. Daarnaast heeft Deutsche Bank terecht aangevoerd dat het dossier geen enkel aanknopingspunt biedt voor de gedachte en [appellanten] ook op geen enkele manier geloofwaardig hebben gemaakt dat [A] of TBT (als rechthebbende) beschikte over zulke andere effecten. Het hele punt van de afspraken van 25 april 2014 was nu juist dat [A] niet over de middelen beschikte om aan zijn betalingsverplichting jegens ATG te voldoen. Het was: de MBB obligaties of helemaal niets. Anders is ook volstrekt onbegrijpelijk waarom [appellanten] toen zij op 5 mei 2014 de MBB obligaties ontvingen en deze nog diezelfde dag niet meer liquide bleken (zie 2 onder viii) dan niet aanstonds [A] hebben aangesproken hen andere effecten te geven. Het hof gaat er daarom van uit dat zonder de aan Deutsche Bank verweten overboeking van ‘waardeloze’ want onbetaalde MBB obligaties [appellanten] net zo goed onbetaald waren gebleven. Hun schade is dus niet ontstaan door de aan Deutsche Bank verweten overboeking.
custodian bankgeen onderzoeksplicht zou rusten naar de onderliggende transacties van de overboekingen die haar opgedragen worden, zoals zij heeft betoogd, gaat er aan voorbij dat in dit concrete geval Deutsche Bank wist dat kort tevoren de MBB-obligaties nog niet betaald waren, dat om precies die reden MBB zelfs al een terugroepactie had geïnitieerd, en dat [B] , de CEO van MBB, haar eerder nog had geïnformeerd dat de obligaties niet mochten worden bezwaard of overgedragen voordat de uitgifteprijs was voldaan. Onder die omstandigheden kan Deutsche Bank zich niet beroepen op haar beperkte rol als
custodian banken de instructie van haar rekeninghouder [A] , en had het op haar weg gelegen om aan die instructie geen uitvoering te geven dan na verkregen zekerheid van MBB dat de uitgifteprijs inmiddels was voldaan en geen bezwaren bestonden tegen de overboeking naar [X] . Op zijn minst had Deutsche Bank IGB moeten informeren dat voor de aan IGB overgeboekte MBB-obligaties de uitgifteprijs (mogelijk) nog niet was voldaan.
execution onlyovereenkomst met [appellanten] en dat op IGB niet een verderstrekkende zorgplicht rustte. Tegen dit oordeel hebben [appellanten] hun grieven 31 tot en met 33 gericht.