Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
Looptijd:
Rente
Aflossing
Opeisbaarheid
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft het verzoek van de bewindvoerder om machtiging te verkrijgen voor het namens de rechthebbende aangaan van een geldleningsovereenkomst van €140.000,- met zijn zoon, ten behoeve van de aankoop van de woning. De kantonrechter had dit verzoek op 7 september 2023 afgewezen, waarna de bewindvoerder in hoger beroep ging.
De rechthebbende, geboren in 1935 en lijdend aan ouderdomsdementie, verblijft sinds eind 2022 in een verzorgingsinstelling. De bewindvoerder heeft een machtiging gevraagd omdat de rechthebbende vermoedelijk niet wilsbekwaam is. De zoon heeft een hypotheek bij ING afgesloten en wil een deel van de koopsom via een lening van de rechthebbende voldoen.
Tijdens een gesprek met de rechthebbende verklaarde deze expliciet dat hij het goedvond dat een deel van de verkoopopbrengst als lening aan zijn zoon wordt verstrekt, omdat het altijd zijn wens was dat zijn zoon de woning zou overnemen. Het hof oordeelde dat de vermogensrechtelijke belangen van de rechthebbende voldoende beschermd zijn door de voorwaarden van de geldlening, waaronder een marktconforme rente en het feit dat de rechthebbende na verkoop nog een aanzienlijk bedrag op zijn rekening ontvangt.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en verleende de gevraagde machtiging, waarmee de bewindvoerder gemachtigd is de geldleningsovereenkomst te sluiten.
Uitkomst: Het hof verleent de bewindvoerder machtiging om namens de rechthebbende een geldleningsovereenkomst van €140.000 aan zijn zoon te sluiten.