ECLI:NL:GHAMS:2024:1410
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek inzake last tot aanwijzing advocaat in hoger beroep coronademonstratie
In deze zaak betreft het een wrakingsverzoek van verzoekster tegen de voorzitter van de zittingscombinatie, mr. R.M. Steinhaus, in het kader van een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. Verzoekster was veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijk bevel tijdens een coronademonstratie.
Verzoekster betoogde dat de last tot aanwijzing van een advocaat haar recht op een eerlijk proces schond, met name het recht op zelfverdediging en vrije advocaatkeuze, omdat zij verplicht werd zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat die zij niet kon betalen. De last tot aanwijzing werd later ingetrokken nadat een advocaat zich voor haar had gesteld.
De raadsheer verdedigde zijn beslissing met verwijzing naar het grote verdedigingsbelang gezien de technische juridische verweren en het feit dat meerdere verdachten zonder advocaat waren. De wrakingskamer oordeelde dat wraking niet bedoeld is om inhoudelijke beslissingen te toetsen en dat de beslissing van de raadsheer niet zo onbegrijpelijk was dat deze alleen door vooringenomenheid kon worden verklaard.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectieve grond was voor het vermoeden van vooringenomenheid en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024 door de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de last tot aanwijzing van een advocaat is ongegrond verklaard.