ECLI:NL:GHAMS:2024:1408
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen last tot aanwijzing advocaat in hoger beroep coronademonstratie
In deze zaak heeft verzoeker, die in hoger beroep is tegen een veroordeling wegens het opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijk bevel tijdens een coronademonstratie, een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de zittingscombinatie. Verzoeker stelde dat de last tot aanwijzing van een advocaat in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en dat de raadsheer daardoor niet onpartijdig zou zijn.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn. De kamer benadrukte dat wraking niet kan worden gebruikt als middel tegen inhoudelijke of processuele beslissingen, tenzij sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid vormen.
De raadsheer had de last tot aanwijzing opgelegd omdat de aard van de verweren een verdedigingsbelang bij rechtsbijstand rechtvaardigde, zeker gezien het grote aantal verdachten zonder advocaat en de juridische complexiteit van de zaak. De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing niet zo onbegrijpelijk was dat deze alleen door vooringenomenheid kon worden verklaard.
Ook een later aangevoerde grond over het verschil in behandeling van getuigenverzoeken werd niet meegenomen omdat deze al bekend was bij verzoeker en geen grond voor wraking vormt. De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking daarom ongegrond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de last tot aanwijzing advocaat is ongegrond verklaard wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.