ECLI:NL:GHAMS:2024:1392
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over eigendom en verdeling gouden huwelijksgeschenken binnen beperkte gemeenschap
In deze zaak staat centraal of de gouden sieraden, die partijen als huwelijksgeschenk ontvingen, op de peildatum 16 januari 2019 nog tot de wettelijke beperkte gemeenschap behoorden. De rechtbank had geoordeeld dat de sieraden nog aanwezig waren in een kluis op naam van de vrouw, maar het hof heeft de vrouw toegelaten tegenbewijs te leveren.
De vrouw bracht schriftelijk bewijs en getuigenverklaringen in, waaronder verklaringen van familieleden die bevestigden dat zij de sieraden op 27 juli 2018 uit de kluis had gehaald en mee had genomen op vakantie naar Turkije, waar de man de sieraden wilde verkopen om schulden af te lossen. Het hof achtte dit bewijs voldoende om twijfel te zaaien over de stelling van de man dat de sieraden nog in de kluis lagen.
De verklaringen van de man en zijn getuigen konden deze twijfel niet wegnemen. Het hof concludeerde dat de man zijn bewijslast niet had voldaan en dat de sieraden daarom niet in de verdeling konden worden betrokken. Het verzoek van de vrouw tot betaling van de waarde van de sieraden werd afgewezen, en de kosten van de getuigenverhoren werden door de man gedragen, terwijl partijen verder ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot verdeling van de gouden sieraden af omdat de vrouw tegenbewijs heeft geleverd dat de sieraden op de peildatum niet meer tot de gemeenschap behoorden.