ECLI:NL:GHAMS:2024:1314
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, die sinds circa zes jaar geen contact hebben met hun vader en een zeer negatief beeld van hem hebben. De moeder betwist de ondertoezichtstelling en stelt dat deze niet in het belang van de kinderen is, terwijl de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) de maatregel noodzakelijk achten.
In hoger beroep heeft het hof de feiten en standpunten gewogen. Het hof concludeert dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd, mede doordat zij geen ruimte zien voor contact met hun vader en een extreem negatief beeld van hem koesteren. Contactherstel is op dit moment geen doel, maar het nuanceren van het beeld is wel noodzakelijk. Daarnaast is vastgesteld dat de moeder de kinderen onvoldoende leert omgaan met tegenslagen, wat de weerbaarheid van de kinderen belemmert.
Het hof acht de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de kinderen te ondersteunen in hun ontwikkeling en om de moeder opvoedondersteuning te bieden. De maatregel wordt bekrachtigd omdat de bedreiging van de ontwikkeling nog steeds aanwezig is en voortzetting van hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk wordt geacht. De beschikking van de rechtbank blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling.