ECLI:NL:GHAMS:2024:1283
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in hoger beroep wegens intrekking
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 december 2023. Tijdens de terechtzitting van 6 februari 2024 werd de zaak geschorst zonder inhoudelijke behandeling. Op 21 februari 2024 trok de verdachte het hoger beroep in, wat door zijn gemachtigde werd bevestigd.
Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Gezien het ingetrokken hoger beroep en het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij verdere behandeling, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk.
Het hof ging ervan uit dat het Openbaar Ministerie de vorderingen van de benadeelde partijen conform de toegelichte werkwijze zal afhandelen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 april 2024.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.