ECLI:NL:GHAMS:2024:1205
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking grieven
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 4 april 2024 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 12 september 2023. De verdachte had hoger beroep ingesteld, maar tijdens de terechtzitting gaf hij te kennen het hoger beroep niet te willen handhaven. Hierdoor werden zijn eerder opgegeven bezwaren ingetrokken.
De advocaat-generaal had gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zou worden verklaard in het hoger beroep. Het hof oordeelde dat, gezien het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij verder onderzoek, en conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, de verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters M.L.M. van der Voet, W.F. Groos en M. Jeltes, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 april 2024.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.