De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor winkeldiefstal met geweld. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis omdat het tot een andere bewezenverklaring komt. De winkeldiefstal wordt wettig en overtuigend bewezen geacht op basis van onder meer de bekennende verklaring van de verdachte.
De geweldscomponent wordt echter niet bewezen geacht. Het hof stelt vast dat de fysieke confrontatie na de diefstal niet gericht was op het mogelijk maken van vlucht of het verzekeren van het bezit van de gestolen goederen, waardoor vrijspraak volgt voor dit onderdeel.
De verdachte had een boodschappenkar gevuld met producten ter waarde van ruim 300 euro, maar rekende slechts een paar plastic tasjes af. Dit gebeurde onder het oog van het winkelpersoneel. Het hof acht een gevangenisstraf van één week passend, maar legt deze geheel voorwaardelijk op vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die inmiddels een stabiel leven in Bulgarije leidt.
De straf wordt opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 18 april 2024.