Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:1123

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
26 april 2024
Zaaknummer
23-000448-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408 lid 1 onder a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat ingesteld hoger beroep

De verdachte werd op 20 januari 2022 bij verstek veroordeeld door de kantonrechter te Amsterdam. De inleidende dagvaarding werd op 9 december 2021 persoonlijk betekend. Volgens artikel 408 lid 1 onder Pro a van het Wetboek van Strafvordering moest het hoger beroep binnen 14 dagen na het vonnis, dus uiterlijk op 3 februari 2022, worden ingesteld.

De verdachte stelde het hoger beroep echter pas op 10 februari 2023 in, ruim na de wettelijke termijn. Tijdens de terechtzitting op 5 april 2024 verklaarde de verdachte dat hij de brief te laat had gezien en bij zijn zus verbleef, maar dit werd niet als een bijzondere, niet aan verdachte toe te rekenen omstandigheid aangemerkt.

Het openbaar ministerie vorderde daarom niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep. Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk. De verdachte werd gewezen op de mogelijkheid om binnen 14 dagen cassatieberoep in te stellen tegen dit arrest.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Uitspraak

proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 5 april 2024
parketnummer 23-000448-23
datum vonnis eerste aanleg 20 januari 2022
parketnummer 96-003019-21
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op
5 april 2024.
Tegenwoordig:
mr. N.A. Schimmel raadsheer,
en R.S. Toornvliet en Y. Amama griffiers.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. M.D.J. Teengs Gerritsen, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op vragen van de raadsheer te zijn:
[verdachte]
geboren [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]
[adres]
De raadsheer vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
De raadsheer houdt voor de betekening van de inleidende dagvaarding. Deze is in persoon betekend en er is niet binnen 14 dagen na het vonnis hoger beroep ingesteld.
De verdachte verklaart desgevraagd:
Ik had de brief te laat gezien. Ik verblijf bij mijn zus. Toen ik de verstekveroordeling binnenkreeg, heb ik direct contact opgenomen met mijn advocaat.
De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 april 2024.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 20 januari 2022 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam. De inleidende dagvaarding is op 9 december 2021 in persoon uitgereikt.
De verdachte is op 20 januari 2022 bij verstek veroordeeld.
Gelet op het bepaalde in artikel 408 lid 1 onder Pro a van het Wetboek van Strafvordering, had de verdachte binnen 14 dagen na 20 januari 2022 hoger beroep moeten instellen. De termijn voor het instellen voor het hoger beroep eindigde op 3 februari 2022. De verdachte heeft een jaar later, op 10 februari 2023, hoger beroep ingesteld
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De raadsheer geeft aan verdachte kennis dat hij binnen 14 dagen beroep in cassatie kan instellen tegen dit arrest.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffiers is vastgesteld en door de raadsheer en griffier Toornvliet is ondertekend.