De verdachte werd beschuldigd van het rijden met een snelheid van 93 km/u op de Europaboulevard te Amsterdam, terwijl de toegestane snelheid 50 km/u bedroeg. De verbalisant voerde een snelheidsmeting uit en legde dit vast in een proces-verbaal. De verdediging voerde aan dat de verklaring en het proces-verbaal van de verbalisant onbetrouwbaar waren vanwege onduidelijkheden over de locatie, lichtomstandigheden en de positie van de verbalisant.
Het hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van enkele details in de herinnering van de verbalisant, zijn verklaring en bevindingen betrouwbaar zijn. De verbalisant heeft een correcte meting uitgevoerd en zijn verklaring is consistent met het dossier. De stelling van de verdediging dat de meting onbetrouwbaar zou zijn vanwege de kleine motorfiets en het enkele achterlicht werd niet aannemelijk geacht.
Het hof verklaarde het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde de verdachte tot een geldboete van 570 euro, te vervangen door 11 dagen hechtenis bij niet-betaling. Het eerdere vonnis werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht. De verdachte werd gewezen op het recht om binnen 14 dagen cassatieberoep in te stellen.