Partijen zijn na een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen gescheiden. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen is verdeeld tussen partijen. De rechtbank had eerder alimentatiebedragen en een vergoeding voor huurinkomsten vastgesteld, waarvan partijen hoger beroep instelden.
Het hof onderzocht de draagkracht van beide partijen, rekening houdend met actuele salarisgegevens, bonussen, huurinkomsten en belastingdruk volgens het fiscale regime van 2023. De man werkt 80% en ontvangt een WIA-uitkering. De huurinkomsten en schulden werden nauwkeurig geanalyseerd, waarbij ook de verdeling van vier woningen werd bevestigd volgens eerdere afspraken.
De man verzocht om verlaging van de alimentatie en toewijzing van een vergoeding voor huurinkomsten, terwijl de vrouw haar vorderingen inzake huurinkomsten handhaafde. Het hof oordeelde dat de man een lagere bijdrage aan de verzorging en opvoeding van het kind moet betalen en een lagere partneralimentatie. Tevens werd de vordering van de vrouw tot vergoeding van huurinkomsten toegewezen, met wettelijke rente, terwijl het verzoek van de man tot vergoeding werd afgewezen.
De beschikking is deels vernietigd en opnieuw vastgesteld met lagere bedragen, waarbij rekening is gehouden met reeds betaalde bedragen en verhaalde posten. De verdeling van de woningen en de financiële consequenties daarvan werden bevestigd, en het hof oordeelde dat de man geen recht heeft op terugbetaling van huurinkomsten van de vrouw.