Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.NRC MEDIA B.V.,
MEDIAHUIS LIMBURG B.V.,
1.Het geding in hoger beroep
2.De zaak in het kort
3.Feiten
1.Hoofdgebouwen:
(…)
(…)
3. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
4.Beoordeling
‘Zoals ik aangaf draait de hele vraag of er sprake is van bevoordeling om de vierkantemeterprijs die de heer [geïntimeerde] heeft betaald’en
‘Om te bepalen wat een marktconforme prijs is, heb ik gekeken naar referentietransacties, zowel degene die ik van de heer [C][hof: van de zijde van [geïntimeerde] ]
heb ontvangen als die van de heer [A][hof: van de zijde van NRC c.s.]’. Uitgaande van 750, 1000 of 1175 vierkante meter is de prijs niet uitzonderlijk, pas bij 1500 vierkante meter is er een uitzonderlijk beeld, aldus Eichholz. Voor elke aanpak is wel iets te zeggen, er is twijfel, zo besluit Eichholz. Aldus is te concluderen dat de deskundige op grond van door hem na publicatie ontvangen vergelijkende gegevens is gaan twijfelen of [geïntimeerde] is bevoordeeld. Die vergelijkende gegevens zullen hierna overigens nog aan de orde komen. Eichholz is voorafgaand aan de publicaties kennelijk slechts voorgelicht over de specifieke gang van zaken in het geval van [geïntimeerde] en heeft op grond daarvan een reactie gegeven. Die in het artikel weergegeven reactie is ook beperkt tot die gang van zaken. Dat NRC c.s. hem verkeerd hebben ingelicht of doelbewust gegevens hebben achtergehouden, is niet gebleken. Het enkel niet verstrekken van de vergelijkende gegevens die [geïntimeerde] naderhand aan Eichholz heeft verstrekt, is onvoldoende om NRC c.s. in dit verband van onzorgvuldig handelen te betichten.