ECLI:NL:GHAMS:2023:827
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezagsbeëindiging moeder ten behoeve van bestendiging opvoedperspectief minderjarige
In deze civiele familiezaken ging het om het hoger beroep tegen de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind, dat sinds jonge leeftijd bij de oma woont. De moeder en de oma waren beiden in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank, waarbij het gezag van de moeder werd beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd werd benoemd.
Het hof nam de feiten over uit eerdere beschikkingen en constateerde dat de minderjarige al vrijwel haar hele leven bij de oma woont, die haar primaire hechtingsfiguur is. De moeder heeft sinds 2018 ernstige psychische problemen, waaronder meerdere psychiatrische opnames, waardoor zij niet in staat is het gezag adequaat uit te oefenen. Pogingen tot systeemtherapie en hulpverlening hebben niet geleid tot verbetering van de opvoedsituatie of het perspectief op terugkeer.
De moeder voerde onder meer aan dat zij niet de kans heeft gekregen om de situatie te verbeteren en dat de beëindiging van het gezag onnodig en onrechtvaardig is. De oma betwistte dat de moeder haar gezag misbruikt en stelde dat beëindiging onnodig leed zou veroorzaken. De raad voor de kinderbescherming en de GI stelden dat het belang van de minderjarige vraagt om duidelijkheid en bestendiging van het huidige perspectief bij de oma.
Het hof oordeelde dat het belang van de minderjarige bij stabiliteit en duidelijkheid voorop staat. De moeder is door haar psychische gesteldheid niet in staat het gezag uit te oefenen en het perspectief ligt bij de oma. Een voortdurende onzekerheid over het gezag zou de minderjarige onnodig belasten. De gevraagde contra-expertise werd afgewezen omdat deze geen andere uitkomst zou opleveren en de minderjarige zou belasten. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd van de minderjarige.