Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
‘The integrity and reputation of Gilead depends on the honesty, fairness and integrity brought to the job by each person associated with the company. Gilead Personnel and Third Party Representatives are required to apply common sense, together with their own highest personal ethical standards, in making business decisions where there is no stated guideline in the Code. Unyielding personal integrity is the foundation of corporate integrity’.
hem namelijk nooit zouden laten slagen. Ik zou het script voor de verifier simulatie kwalificatie uit kunnen printen en onder de tafel aan hem kunnen geven of ik zou kunnen zorgen dat ik als support ingedeeld zou staan, zodat ik hem kon inseinen als hij iets zou missen in zijn kwalificatietest. Ik vond het heel naar en voelde me door [appellant] onder druk gezet, terwijl ik zeker wist dat ik in dat proces geen fouten had gemaakt (en zelfs als dat zo was, sloeg het ook nergens op, dan hadden we die fout gewoon moeten melden in het rapport en opvolgen. (…)”.
3.Beoordeling
grief 1betoogt [appellant] dat de kantonrechter (in overweging 3.23 van de bestreden beschikking), kort gezegd, alleen onderdeel a van de bewijsopdracht (het willen frauderen bij de verplichte verifier training) bewezen heeft geacht, maar niet heeft vastgesteld dat ook onderdeel b van de bewijsopdracht (het onder druk zetten althans benaderen van een collega om hem bij die training te helpen omdat die collega hem iets verschuldigd zou zijn) is bewezen.
grief 2betoogt, vormen de door de kantonrechter in overweging 5.6 van de tussenbeschikking genoemde kwesties, zoals hiervoor in de laatste volzin van overweging 3.4 is weergegeven, geen onderdeel van de bewijsopdracht: het zijn (slechts) aandachtspunten in het kader van de bewijslevering. Het is dus niet zo dat Kite dient te bewijzen dat [naam 3] geen (oneigenlijk) motief had om de melding over [appellant] te doen en/of een goede reden had om die melding pas drie weken na het derde incident te doen. Inhoudelijk zal het hof aanstonds nog op deze kwesties ingaan.
grieven 2 (voor zover nog niet behandeld) tot en met 10kunnen gezamenlijk worden besproken, omdat zij alle opkomen tegen het oordeel van de kantonrechter dat Kite is geslaagd in haar bewijslevering. Het hof onderschrijft evenwel dat oordeel en de gronden waarop het berust. De kantonrechter heeft de getuigenverklaring van [naam 3] , die is bevestigd door die van [naam 1] , en die in lijn is met de twee verklaringen die zij eerder aflegde (zie hierboven overweging 2, onder o, p en t), voldoende aannemelijk en geloofwaardig geacht om op grond daarvan het door Kite te leveren bewijs aan te nemen. Daarbij heeft zij de getuigenverklaring van [appellant] minder aannemelijk en minder geloofwaardig geacht dan die van [naam 3] en [naam 1] . Het hof, dat de getuigen niet heeft gehoord, ziet in niets van wat [appellant] in appel heeft aangevoerd aanleiding om de bewijswaardering door de kantonrechter, die de getuigen wel heeft gehoord, te desavoueren. Niettemin zal, waar nodig, in het navolgende op de door [appellant] aangevoerde specifieke bezwaren tegen de bewijswaardering door de kantonrechter worden ingegaan. Waar dergelijke bezwaren door het hof in meerdere of mindere mate steekhoudend zullen worden geacht, heeft dat geen gevolgen voor de (uiteindelijke) conclusie dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat Kite in haar bewijslevering is geslaagd. Voor de inhoud van de afgelegde getuigenverklaringen verwijst het hof kortheidshalve naar de desbetreffende processen-verbaal.
[naam 3]en niet een van de andere door hem in zijn toelichting op grief 3 genoemde technical trainers heeft benaderd met, kort gezegd, het voorstel hem te helpen frauderen is, laat zich – zo dat al nodig is – verklaren door het feit dat [naam 3] (indirect) betrokken was bij de door [appellant] geconstateerde procesdeviatie en [appellant] kennelijk meende haar in verband daarmee onder druk te kunnen zetten, ook al had [naam 3] , zoals tussen partijen vaststaat en [appellant] als getuige ook heeft verklaard, de desbetreffende ‘kritische handeling’ in het Biosafety Cabinet niet verricht en daaraan dus geen schuld.
nietvan oordeel is dat het verzoek van Kite om ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten onrechte is toegewezen. [appellant] komt dan ook niet op de voet van artikel 7:683 lid 3 BW Pro een billijke vergoeding toe.