ECLI:NL:GHAMS:2023:768
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek tot opheffing bewind wegens onvoldoende zelfredzaamheid
De rechthebbende verzocht om opheffing van het bewind dat in 2013 over zijn goederen was ingesteld. Hij stelde dat hij inmiddels zelfstandig en financieel zelfredzaam is, met een vaste baan, afgeloste schulden en ondersteuning van een zorginstantie. De kantonrechter wees dit verzoek af en de rechthebbende ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat ondanks de verbeteringen in zijn situatie, de noodzaak van het bewind blijft bestaan. De rechthebbende heeft in het verleden zijn salaris niet correct gemeld aan de uitkeringsinstantie, wat tot schulden leidde die de bewindvoerder moest aflossen. Zijn huidige begeleiding wordt als onvoldoende beschouwd om hem volledig zelfstandig te laten functioneren.
Daarnaast zal zijn woonsituatie veranderen, wat financiële risico's met zich meebrengt. Het hof acht het daarom noodzakelijk dat het bewind blijft bestaan om zijn financiën te beschermen. Het hof adviseert een proefperiode waarin de rechthebbende meer verantwoordelijkheid krijgt om zijn zelfredzaamheid aan te tonen. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het bewind wegens het ontbreken van voldoende zelfredzaamheid.