ECLI:NL:GHAMS:2023:686
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vernietiging erkenning kind wegens dwaling
De vrouw heeft in hoger beroep verzocht de erkenning van haar kind door de man te vernietigen op grond van dwaling, omdat de man niet de biologische vader is. De rechtbank had dit verzoek eerder afgewezen. De vrouw stelde dat zij er vanuit ging dat de man de vader was, mede omdat zij beschermde geslachtsgemeenschap had met een andere man en twijfels pas na de geboorte verdwenen waren.
De man betwistte de dwaling en stelde dat de vrouw al tijdens de zwangerschap twijfels had en op de hoogte was van de mogelijke biologische vader. De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming gaven advies dat het belang van het kind bij behoud van de juridische relatie met de man ligt.
Het hof oordeelde dat de vrouw bij het geven van toestemming tot erkenning wist of had kunnen weten dat de man mogelijk niet de biologische vader was, omdat zij ook geslachtsgemeenschap met een andere man had gehad in het conceptietijdvak. Daarmee was geen sprake van dwaling. Ook het verzoek tot benoeming van een andere bijzondere curator werd afgewezen omdat de huidige curator haar taak naar behoren vervulde.
De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en het verzoek van de vrouw afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vernietiging van de erkenning af omdat geen sprake is van dwaling.