ECLI:NL:GHAMS:2023:569
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging woningruil op grond van zwaarwegend belang huurder en financiële waarborg
De zaak betreft een hoger beroep van [appellante] Vastgoed B.V. tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam dat een vordering tot woningruil toewijst. [geïntimeerde] huurt sinds 2003 een woning en wenst deze te ruilen met een andere huurder, [naam 1], die een woning in [plaats 2] verhuurt. De kantonrechter stelde vast dat [geïntimeerde] een zwaarwegend belang heeft bij de woningruil vanwege haar psychische klachten die verband houden met de woning.
De kantonrechter oordeelde verder dat de vereiste huisvestingsverklaring was overgelegd en dat [naam 1] voldoende financiële waarborgen bood voor nakoming van de huur. [appellante] betwistte deze punten in hoger beroep, maar het hof verwierp deze grieven. Het hof bevestigde dat het belang van [geïntimeerde] zwaarder weegt dan het belang van [appellante], die de woning voor een hoger bedrag wil verhuren.
Het hof benadrukte dat de belangenafweging op grond van artikel 7:270 lid 2 BW Pro in het voordeel van de huurder uitvalt wanneer deze een zwaarwegend belang heeft en de voorgestelde huurder voldoende financiële waarborgen biedt. Ook de procedurele aspecten en de kostenverdeling werden besproken, waarbij het hof de kosten in hoger beroep compenseerde vanwege onjuiste informatie over de situatie van de ruilpartners.
Het arrest bevestigt daarmee het vonnis van de kantonrechter en onderstreept het beschermende karakter van artikel 7:270 BW Pro ten behoeve van huurders met een zwaarwegend belang bij woningruil.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot woningruil toe op grond van artikel 7:270 BW.