ECLI:NL:GHAMS:2023:529
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toedeling huurrecht aan vrouw na scheiding van tafel en bed
Partijen zijn in 2008 gehuwd en in 2020 gescheiden van tafel en bed. Sinds december 2021 huren zij gezamenlijk een woning. De vrouw kreeg bij beschikking van de kantonrechter het huurrecht toegewezen en de man werd verplicht de woning te verlaten. De man kwam in hoger beroep en verzocht het huurrecht aan hem toe te kennen en schorsing van de uitvoerbaarheid.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter bevoegd was omdat de scheiding van tafel en bed rechtsgeldig is en een echtscheidingsverzoek nog niet mogelijk is. De man kon niet voor het eerst in hoger beroep het huurrecht opeisen, omdat artikel 362 Rv Pro dit verbiedt. Het hof constateerde dat er sprake was van huiselijk geweld en onhoudbare situatie in de woning, wat een beslissing over het huurrecht rechtvaardigt.
De vrouw heeft aangetoond de huur te kunnen betalen, mede door huurtoeslag, terwijl de man dit betwistte. Het hof verwierp het verzoek van de man en verklaarde hem niet-ontvankelijk. Het schorsingsverzoek werd eveneens afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig behandeld werd. De beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking waarbij het huurrecht aan de vrouw is toegewezen en verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken.