ECLI:NL:GHAMS:2023:476

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 februari 2023
Publicatiedatum
28 februari 2023
Zaaknummer
23-000656-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.6 Wet wegvervoer goederenArt. 5.1.2 Regeling voertuigenArt. 5.18.17g lid 1 Regeling voertuigenArt. 378a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs over te zware belading aanhanger bij bedrijfsauto

De verdachte werd beschuldigd van het overtreden van artikel 2.6 van de Wet wegvervoer goederen door op 27 augustus 2019 met een bedrijfsauto en aanhanger te rijden waarbij de aanhanger te zwaar zou zijn beladen. De aanhanger zou volgens de tenlastelegging een gewicht van 3500 kilogram hebben, terwijl de toegestane maximale massa 2000 kilogram bedroeg.

Tijdens de verkeerscontrole op de Rijksweg A15 te Rotterdam ontbrak echter de weegbon die het gewicht van de aanhanger zou bevestigen. In het dossier waren wel twee rekenstaten aanwezig, maar deze waren tegenstrijdig en onduidelijk over het werkelijke gewicht. Bovendien kwam het genoemde gewicht in de tenlastelegging exact overeen met de maximale toegestane massa volgens de RDW-gegevens, wat het bewijs verder ondermijnde.

Het hof oordeelde dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat de aanhanger te zwaar beladen was ten tijde van de weging. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de verdachte de overtreding had begaan. Het hof vernietigde het vonnis van de economische politierechter en sprak de verdachte vrij.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de aanhanger te zwaar beladen was.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000656-22
datum uitspraak: 28 februari 2023
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Rotterdam van 16 december 2020 in de strafzaak onder parketnummer 96-019465-20 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1993,
adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 februari 2023.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, handelend onder de naam [bedrijf01] , op of omstreeks 27 augustus 2019 te Rotterdam, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A15, beroepsvervoer of eigen vervoer heeft verricht, althans heeft doen verrichten, met een vrachtauto (motorrijtuig of samenstel van voertuigen), te weten een bedrijfsauto met aanhangwagen, voorzien van het kenteken [kenteken01] en [kenteken02] , ten aanzien waarvan in strijd werd gehandeld met artikel 5.1.2 in verbinding met artikel 5.18.17g lid 1 van de Regeling voertuigen, aangezien die vrachtauto zodanig was beladen dat de totale massa, dan wel de som van de aslasten van het getrokken voertuig 3500 kilogram, in elk geval meer dan de toegestane maximum te trekken massa van 2000 kilogram, bedroeg.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de economische politie rechter in eerste aanleg is opgelegd.
Door de raadsvrouw is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de weegbon ontbreekt, zodat er niet kan worden vastgesteld of de aanhanger of het trekvoertuig te zwaar beladen was. Ze betwist dat de aanhanger 3.500 kilogram woog. Verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Het hof overweegt hiertoe als volgt.
De verdachte is op 27 augustus 2019 te Rotterdam op de Rijksweg A15 onderworpen aan een verkeerscontrole. Zijn aanhanger zou te zwaar beladen zijn voor zijn bedrijfsauto. De bedrijfsauto mocht maximaal 2.000 kilogram trekken.
In het daartoe opgemaakte proces-verbaal staat onder meer het volgende: “Abusievelijk is er door de verbalisant geen weegbon bijgevoegd .” Deze weegbon ontbreekt ook in het hofdossier. In het proces-verbaal van de politie zijn verder geen weegresultaten opgenomen. Er bevinden zich in het dossier wel twee formulieren (door de politie aangeduid als rekenstaat), waarvan onduidelijk is door wie en wanneer deze zijn ingevuld. Op beide rekenstaten staat een gewicht van 3.500 kg vermeld, bij de ene rekenstaat in de tabel motorwagen/trekker onder vrachtauto en in de tabel aanhangwagen/oplegger te zwaar voor motorwagen en bij de andere rekenstaat alleen onder de tabel motorwagen/trekker. De beide rekenstaten komen niet overeen. Verder valt op dat het in de tenlastelegging genoemde gewicht van de aanhanger van 3500 kilogram, exact overeenkomt met de maximaal te beladen massa van de aanhanger/oplegger zoals opgenomen in de gegevens van de RDW.
Op grond van het vorenstaande is het voor het hof onvoldoende duidelijk welk gewicht de aanhanger ten tijde van de weging had. Het hof kan derhalve niet vaststellen of de aanhanger te zwaar beladen was, zodat de verdachte van het hem tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Den Haag, zitting houdende te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. R.P. den Otter en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 februari 2023.
Mr. P. Greve en mr. R.P. den Otter zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.