Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
De ondergetekende, [de vrouw] (…),
Gerechtshof Amsterdam
De ouders, die van 2007 tot 2019 een relatie hadden en in 2016 een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, zijn sinds 2019 uit elkaar. Zij oefenen gezamenlijk het gezag uit over hun kind, geboren in 2016. De zorg en opvoeding zijn sinds de scheiding gelijk verdeeld, vastgelegd in een ouderschapsplan. De rechtbank bepaalde de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader en stelde een kinderalimentatie van €35 per maand door de moeder vast.
De moeder kwam in hoger beroep met het verzoek om de hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen en het paspoort van het kind aan haar af te geven. Tevens was er een verzoek over een Revolut-rekening, dat zij later introk. De vader verzocht het hoger beroep af te wijzen en de beschikking te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat de moeder ontvankelijk was in haar hoger beroep, ondanks haar eerdere akte van berusting die alleen de ontbinding van het partnerschap betrof. Het verzoek over de Revolut-rekening werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege intrekking. Het verzoek tot afgifte van het paspoort werd afgewezen wegens gebrek aan belang, omdat de moeder het paspoort al in bezit had.
Het geschil betrof vooral de hoofdverblijfplaats. Het hof constateerde dat de zorgverdeling goed verliep en dat er geen redenen waren om de hoofdverblijfplaats te wijzigen. De emotionele en financiële belangen van de moeder waren onvoldoende zwaarwegend. De kinderalimentatie werd niet opnieuw beoordeeld omdat het verzoek daarvan afhankelijk was gesteld van de wijziging van de hoofdverblijfplaats.
Het hof benadrukte het belang van het kind en de noodzaak dat de ouders zich inzetten om hun onderlinge spanningen te verminderen via mediation en hulpverlening. De beschikking van de rechtbank werd dan ook bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de moeder tot wijziging van de hoofdverblijfplaats af.