Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
You could only deliver on basis of pre-payments or other guarantee letters.”
Gerechtshof Amsterdam
EHG-NL, een holdingmaatschappij van dochtermaatschappijen die auto-onderdelen leverden aan VW-entiteiten, vordert in Nederland verklaringen voor recht dat zij niet aansprakelijk is voor schade door stopzetting van leveringen en dat een vaststellingsovereenkomst geldig is. VW betwist dit en heeft een Duitse procedure gestart.
De rechtbank Amsterdam verklaarde zich onbevoegd vanwege internationale bevoegdheidsregels onder Verordening Brussel I-bis. EHG-NL ging in hoger beroep tegen deze onbevoegdheidsverklaring. Het hof toetst ambtshalve de internationale bevoegdheid aan de hand van de Verordening en relevante jurisprudentie.
Het hof oordeelt dat de hoofdregel van woonplaats van de gedaagde niet tot Nederlandse bevoegdheid leidt, omdat VW in Duitsland gevestigd is. De vorderingen van EHG-NL betreffen negatieve verklaringen die aansluiten bij de Duitse procedure en vallen onder verbintenissen uit overeenkomst of onrechtmatige daad. Het hof stelt dat geen van de aanknopingspunten voor bevoegdheid in Nederland aanwezig is, met name omdat EHG-NL niet partij was bij de leveringscontracten en de instructie aan dochtermaatschappijen niet causaal verband houdt met de schade.
De overige vorderingen die voortbouwen op deze grondslagen delen hetzelfde lot. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt EHG-NL in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de rechtbank Amsterdam onbevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van EHG-NL.