ECLI:NL:GHAMS:2023:3456
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid moedervennootschap en bestuurder bij liquidatie en niet-uitvoerbaar buitenlands vonnis
Cotoland, een Servische vennootschap, vordert aansprakelijkheid van Raiffeisen en voormalig bestuurder [geïntimeerde 2] wegens liquidatie van RI, een Nederlandse vennootschap, waardoor een Servisch verstekvonnis tegen RI niet kan worden uitgevoerd. De procedure in Servië betrof een foutieve partijnaam, waardoor het vonnis niet tegen de juiste rechtspersoon is uitgesproken.
De rechtbank wees de vordering af en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof overweegt dat de liquidatie van RI volgens de geldende regels is verlopen en dat de vereffening is heropend. De niet-uitvoerbaarheid van het Servische vonnis wordt veroorzaakt door de verkeerde partijnaam en niet door de liquidatie.
Cotoland had tijdig kennis van de procedure en de verkeerde partijnaam, maar heeft nagelaten dit te corrigeren. De liquidatie heeft geen benadeling veroorzaakt omdat Raiffeisen als aandeelhouder aansprakelijk kan worden gesteld voor eventuele schulden. Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt Cotoland in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van Cotoland af wegens het ontbreken van onrechtmatig handelen bij de liquidatie van RI.