Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:3430

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
200.323.128/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:448 lid 1 onder a BWArt. 1:449 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Einde bewind door overlijden rechthebbende en afwijzing verzoek tot wijziging bewindvoering

Deze zaak betreft een hoger beroep over de bewindvoering van de goederen van de vader, die in 2023 is overleden. De kantonrechter had Stichting CAV benoemd tot bewindvoerder, maar de moeder had hoger beroep ingesteld om Stichting CAV te ontslaan en zichzelf als bewindvoerder te benoemen. Het gerechtshof Den Haag had deze beslissing vernietigd en de moeder gelijk gegeven, maar de Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam.

Na verwijzing heeft het gerechtshof Amsterdam de stand van zaken onderzocht, waarbij bleek dat Stichting CAV niet bereid was haar werkzaamheden als bewindvoerder voort te zetten. Tijdens de procedure overleed de vader, waardoor het bewind volgens artikel 1:449 lid 1 BW Pro van rechtswege eindigde.

Het hof oordeelt dat het belang van de moeder bij het hoger beroep is komen te vervallen door het overlijden van de vader. Het algemene belang van Stichting CAV bij voortzetting van de procedure is onvoldoende onderbouwd. Daarom wordt de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen. Het bewind en de taak van de bewindvoerder zijn per het overlijden geëindigd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het verzoek van de moeder tot wijziging van de bewindvoering af vanwege het overlijden van de vader.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.323.128/01
zaaknummer rechtbank Den Haag : 8791014 \ EJ VERZ 20-84209
zaaknummer gerechtshof Den Haag : 200.289.528/01
zaaknummer Hoge Raad: 21/05412
beschikking van de meervoudige kamer van 19 december 2023 in de zaak van
[de moeder] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: [de moeder] ,
advocaat: mr. M. Bouman te Delft,
en
[de vader ],
wonende te [plaats B] , gemeente [gemeente] ,
hierna: [de vader ] ,
advocaat: mr. M.J.E.J. Coenraad te Zandvoort.
Als belanghebbenden zijn voorts aangemerkt:
  • [de zoon] , wonende te [plaats C] , Curaçao, zoon van [de vader ] en [de moeder] (hierna: de zoon);
  • Stichting CAV, gevestigd te Zoetermeer.

1.Het verloop van het geding in hoger beroep na verwijzing

1.1
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 9 december 2022 een beschikking gegeven onder bovengenoemd zaaknummer en heeft daarbij de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2021, gegeven onder bovengenoemd zaaknummer, vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof Amsterdam. Voor het verloop van de procedure tot 9 december 2022 wordt verwezen naar voormelde beschikking van de Hoge Raad.
1.2
Namens [de moeder] is bij brief van 17 februari 2023, met bijlagen, ingekomen bij het hof op dezelfde datum, verzocht de zaak in behandeling te nemen.
1.3
Bij brief van 9 maart 2023 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld schriftelijk te laten weten welke rechtsvraag na de beslissing van de Hoge Raad van 9 december 2022 nog voorligt en waarop door het hof nog moet worden beslist. Partijen hebben hierop gereageerd, beide bij schriftelijk bericht van 22 maart 2022.
1.4
Voorts zijn bij het hof (desgevraagd) de volgende stukken ingekomen:
- een bericht van de zijde van [de vader ] van 10 juni 2023 met bijlagen;
- een bericht van de zijde van [de moeder] van 14 juni 2023 met bijlage;
- een bericht van de zijde van [de vader ] van 21 juni 2023 met bijlage.
1.5
Op 22 juni 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- [de moeder] , bijgestaan door haar advocaat;
- de advocaat van [de vader ] ;
- de zoon.
Stichting CAV is, met bericht van verhindering, niet verschenen.
[de vader ] is evenmin verschenen.
Partijen hebben de zaak ter zitting doen bepleiten door hun advocaten, beide advocaten aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd.
1.6
Ter zitting in hoger beroep heeft het hof geconstateerd dat als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad van 9 december 2022 Stichting CAV thans nog bewindvoerder is over de goederen die (zullen) toebehoren aan [de vader ] , dat het bewind sinds de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2021 door [de moeder] en de zoon wordt uitgevoerd en dat de uitspraak van de Hoge Raad hier in feitelijke zin geen verandering in heeft gebracht. Stichting CAV is sinds de beschikking van het gerechtshof Den Haag niet meer betrokken bij [de vader ] .
Ter zitting is gebleken dat [de moeder] en de zoon zich erin konden vinden als Stichting CAV haar werkzaamheden als onafhankelijke bewindvoerder weer op zou pakken. Gelet hierop is beslist een nadere mondelinge behandeling te bepalen, waarbij - naast partijen, hun advocaten en de zoon - Stichting CAV zou worden opgeroepen teneinde het hervatten van het bewind door Stichting CAV te bespreken alsook de wijze van informatievoorziening aan [de vader ] . Van het verhandelde ter zitting is een verkort proces-verbaal opgemaakt.
1.7
Bij bericht van 26 juli 2023 heeft Stichting CAV het hof laten weten niet voornemens te zijn om op een nadere zitting te verschijnen en evenmin bereid te zijn de werkzaamheden als bewindvoerder van [de vader ] voort te zetten/te hervatten.
1.8
Bij bericht van 15 september 2023 heeft mr. Bouman het hof laten weten dat [de vader ] [in] 2023 is overleden, waarbij een uittreksel uit de overlijdensakte is meegezonden. Mr. Bouman heeft het hof verzocht eindbeschikking te wijzen dan wel op andere wijze deze zaak te doen eindigen.
1.9
Nadien zijn (desgevraagd) de volgende berichten bij het hof ingekomen:
- een bericht van de advocaat van [de vader ] van 25 september 2023 met bijlagen;
- een bericht van de advocaat van [de vader ] van 19 oktober 2023;
- een bericht van de zijde van [de moeder] van 1 november 2023.

2.De motivering van de beslissing

2.1
Aan de orde is wie bewindvoerder dient te zijn over de goederen die (zullen) toebehoren aan [de vader ] , geboren [in] 1941 te [plaats D] en overleden [in] 2023, eveneens te [plaats D] . Het bewind is ingesteld bij (de in hoger beroep deels bestreden) beschikking van 5 november 2020 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag. De kantonrechter heeft daarbij Stichting CAV als bewindvoerder benoemd. [de moeder] heeft tegen deze laatste beslissing hoger beroep ingesteld en verzocht de beschikking van de kantonrechter op dit punt te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, Stichting CAV als bewindvoerder te ontslaan en [de moeder] te benoemen tot bewindvoerder. [de vader ] heeft verzocht [de moeder] niet ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep dan wel haar verzoek af te wijzen. Het gerechtshof Den Haag heeft bij de voornoemde beschikking van 13 oktober 2021 de beschikking van de kantonrechter vernietigd voor zover daarbij Stichting CAV is benoemd tot bewindvoerder, en het verzoek van [de moeder] toegewezen. De Hoge Raad heeft de beschikking van het gerechtshof Den Haag vernietigd, zoals hiervoor vermeld onder 1.1.
2.2
Op grond van artikel 1:449 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) eindigt het bewind door de dood van de rechthebbende. Ingevolge artikel 1:448 lid 1 onder Pro a BW eindigt de taak van de bewindvoerder bij het einde van het bewind. [de vader ] is [in] 2023 overleden, zodat daarmee ingevolge de hiervoor vermelde artikelen het bewind en de taak van de bewindvoerder per die datum van rechtswege zijn geëindigd.
2.3
Gelet op het voorgaande is het belang van [de moeder] bij de beoordeling van het door haar ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 5 november 2020 komen te ontvallen. Het door mr. Coenraad gestelde algemene belang, of enig ander belang, bij voortzetting van de onderhavige procedure in hoger beroep is niet, althans onvoldoende onderbouwd en geconcretiseerd. Voor zover Stichting CAV als bewindvoerder rekening en verantwoording dient af te leggen, zoals mr. Coenraad stelt, is het aan de erfgenamen van [de vader ] om zich daartoe tot Stichting CAV te wenden. Dit alles heeft tot gevolg dat de bestreden beschikking van de kantonrechter zal worden bekrachtigd en dat het verzoek van [de moeder] in hoger beroep zal worden afgewezen.
2.4
Dit leidt tot de volgende beslissing.

3.De beslissing

Het hof:
rechtdoende na verwijzing,
bekrachtigt de bestreden beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 5 november 2020 (zaaknummer 8791014 \ EJ VERZ 20-84209);
wijst af het verzoek van [de moeder] in hoger beroep tot ontslag van Stichting CAV als bewindvoerder en benoeming van [de moeder] tot bewindvoerder.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Jonkers, mr. R.M. Troost en mr. S.F.M. Wortmann in tegenwoordigheid van mr. A. Paats als griffier en is op 19 december 2023 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.