Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:3330

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
19 december 2023
Zaaknummer
200.322.079/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 186 lid 2 RvArt. 166 RvArt. 3:13 BWArt. 3:303 BWArt. 289 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in civiele zaak over overeenkomst en onderhandelingen

Hartree Partners heeft bij het Gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor op grond van artikel 186 lid 2 Rv Pro in een civiele procedure tegen Eurotank. De procedure betreft een geschil over de vraag of tussen partijen een overeenkomst is gesloten over opslag van olie en of Eurotank gerechtigd was de onderhandelingen af te breken.

De rechtbank Amsterdam wees de vordering van Hartree af, stellende dat geen overeenkomst tot stand was gekomen en Eurotank vrij stond de onderhandelingen te beëindigen. Hartree ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om het voorlopig getuigenverhoor om haar positie in hoger beroep te bepalen.

Het hof oordeelde dat de feiten en omstandigheden die door getuigen moeten worden toegelicht relevant en betwist zijn en dat het verzoek niet kan worden afgewezen wegens onvoldoende belang. Het hof wees het verzoek toe en benoemde een raadsheer-commissaris voor het getuigenverhoor. Tevens werden procedurele termijnen en voorwaarden vastgesteld voor het verloop van het getuigenverhoor.

Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.322.079/01
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 november 2023
inzake
HARTREE PARTNERS (UK) Ltd.
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
verzoekster,
advocaat: mr. M.A. Leijten te Amsterdam,
tegen
EUROTANK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster,
advocaat: mr. E.J.W.M. van Niekerk te Rotterdam.

1.Het procesverloop

Partijen worden hierna Hartree en Eurotank genoemd.
Hartree heeft bij verzoekschrift met bijlagen, ontvangen ter griffie van het hof op 30 januari 2023, het hof verzocht om - uitvoerbaar bij voorraad - te bevelen dat op de voet van artikel 186 lid 2 Rv Pro een voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden. Op 13 september 2023 is ter griffie van het hof een aanvullend verzoekschrift ingekomen.
Op 18 september 2023 is ter griffie van het hof een verweerschrift van Eurotank ontvangen met conclusie dat het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, althans afgewezen, met veroordeling van Hartree in de kosten met nakosten en rente.
De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 27 september 2023. Bij die gelegenheid hebben namens Hartree, mr. G.J. Harryvan en mr. F.A.M. Heurman, beiden advocaat te Amsterdam het woord gevoerd, en namens Eurotank, mr. Van Niekerk voornoemd en mr. E.C.M. Esveld, advocaat te Rotterdam, allen mede aan de hand van spreekaantekeningen die aan de wedepartij en het hof zijn overgelegd.
Vervolgens is de behandeling van de zaak gesloten. Uitspraak is bepaald op heden.

2.Het geschil in de bodemzaak

2.1.
Hartree vordert veroordeling van Eurotank tot betaling van - kort gezegd - schadevergoeding wegens toerekenbaar tekort schieten in de nakoming van een overeenkomst tussen partijen over opslag van olie in opdracht en voor rekening van Hartree door Eurotank in een olietankterminal in Amsterdam, althans wegens het ongeoorloofd afbreken van de onderhandelingen over een daartoe strekkende overeenkomst in het tijdvak 6 maart 2020 tot 19 maart 2020. Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2022 is de vordering afgewezen op de grond dat naar het oordeel van de rechtbank tussen partijen geen overeenkomst tot stand was gekomen en het Eurotank vrijstond om de onderhandelingen af te breken, waarbij veronderstellenderwijs ervan is uitgegaan dat zij de onderhandelingen had afgebroken.
2.2.
Bij dagvaarding van 29 november 2023 heeft Hartree tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep is bij het hof geadministreerd onder zaaknummer 200.322.071/01. De hoger beroepzaak is na het verzoek van partijen om aanhouding totdat op het onderhavige verzoek zal zijn beslist, dan wel het voorlopig getuigenverhoor is gehouden, ambtshalve doorgehaald.

3.De beoordeling van het verzoek

3.1.
Uitgangspunt is dat de rechter op de voet van artikel 186 Rv Pro in verbinding met artikel 166 Rv Pro in beginsel een getuigenverhoor beveelt zo vaak een partij dit verzoekt, indien de te bewijzen feiten zijn betwist, het bewijs daarvan door getuigen is toegelaten en de te bewijzen aangeboden feiten tot beslissing van de zaak kunnen leiden. Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan worden afgewezen op de gronden dat van de bevoegdheid tot het bezigen van het middel misbruik wordt gemaakt (artikel 3:13 BW Pro), het verzoek strijdig is met een goede procesorde, of afstuit op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar; bovendien geldt dat zonder voldoende belang niemand een rechtsvordering toekomt (artikel 3:303 BW Pro).
3.2.
Hartree heeft verzocht om vier met naam en woonplaats aangeduide getuigen te horen. Zij heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij door het horen van deze getuigen haar positie in hoger beroep wil kunnen bepalen. In het verzoekschrift randnummer 16 onder a. t/m l. is opgaaf gedaan van de feiten waarover zij de getuigen wil horen. Blijkens het verhandelde ter zitting is het haar daarbij erom te doen dat de getuigen worden gehoord over - samengevat en in de kern - elkaars verklaringen en gedragingen over en weer in de periode 6 maart 2020 - 19 maart 2020, de context en verdere relevante omstandigheden waarin de verklaringen en gedragingen hebben plaatsgevonden en de zin die zij aan de verklaringen en gedragingen hebben gegeven, zulks ter beoordeling door de rechter of met toepassing van de Haviltex maatstaf al dan niet een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, of dat het Eurotank al dan niet vrij stond om de onderhandelingen af te breken.
3.3.
Voldoende aannemelijk is dat bedoelde feiten en omstandigheden in relevante mate zijn betwist en dat de feiten en omstandigheden zich lenen voor bewijs door getuigen, terwijl de feiten en omstandigheden evident van belang zijn voor de uitkomst van de zaak. Zij zijn immers redengevend voor het oordeel of met toepassing van de Haviltex maatstaf al dan niet een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, of dat het Eurotank al dan niet vrij stond om de onderhandelingen af te breken.
3.4.
Volgens Eurotank moet desondanks het verzoek worden afgewezen wegens onvoldoende belang. Daartoe heeft zij het standpunt betrokken dat een voorlopig getuigenverhoor enkel is bedoeld om te voorkomen dat bewijs verloren gaat en/of om vooraf opheldering te krijgen over feiten die nog niet precies bekend zijn, terwijl opheldering over nog niet precies bekend zijnde feiten niet op minder belastende wijze kan worden verkregen. Voortbouwend op dat standpunt heeft zij betoogd dat uit het verzoek niet blijkt dat Hartree onbekend is met de feiten waarover zij de getuigen wil doen horen noch dat het horen van de getuigen op een later moment niet mogelijk is, terwijl voor zover er onopgehelderde feiten zijn niet blijkt dat de opgegeven getuigen niet schriftelijk (aanvullend) kunnen verklaren, waarbij zij erop heeft gewezen dat zich van twee van de opgegeven al een schriftelijke verklaring in het dossier bevindt.
3.5.
Het uitgangspunt van Eurotank vindt geen steun in het recht. Het belang bij een voorlopig getuigenverhoor kan ook daarin zijn gelegen dat de juistheid en bewijsbaarheid van reeds bekend veronderstelde feiten en omstandigheden wordt getoetst. Verder kan weliswaar in de dreiging dat bewijs verloren gaat een belang zijn gelegen bij een voorlopig getuigenverhoor, maar het is geen voorwaarde voor een voldoende belang. Evenmin vindt steun in het recht dat voor een voldoende belang is vereist dat over de feiten niet op andere - minder belastende - wijze opheldering kan worden verkregen, daargelaten dat een schriftelijke verklaring evident niet gelijk kan worden gesteld met een verklaring onder ede ten overstaan van een rechter en in het bijzijn van beide partijen. Het argument dat van de getuigen ook schriftelijke verklaringen in het geding zijn gebracht of nog kunnen worden verkregen, stuit daarop af. Hartree heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij belang erbij heeft dat de opgegeven getuigen worden gehoord, gelet op hun rol en betrokkenheid bij de contacten tussen partijen tussen 6 maart 2022 en 19 maart 2020. De door Eurotank nog opgeworpen vraag wat het te verwachten nut is van de getuigenverhoren wordt op grond van het prognoseverbod onbeantwoord gelaten.
3.6.
De conclusie is dat het beroep van Eurotank op een onvoldoende belang wordt verworpen. Ook overigens is niet gebleken dat zich een afwijzingsgrond voordoet. Het verzoek zal als na te melden worden toegewezen. Het hof ziet geen termen om op de voet van artikel 289 Rv Pro een beslissing over de kosten te nemen, daargelaten dat Hartree in deze procedure in het gelijk is gesteld en daar niet om heeft verzocht.

4.Beslissing

Het hof:
beveelt dat een voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden met betrekking tot de in het verzoekschrift genoemde, in het verzoekschrift onder 16 sub a. t/m l. omschreven feiten en omstandigheden, ten overstaan van mr. M.C. Bosch, die daartoe wordt benoemd tot raadsheer-commissaris;
bepaalt dat als getuigen zullen worden gehoord:
- mevrouw [naam 1] , woonplaats gekozen hebbende te [woonplaats 1] ;
- de heer [naam 2] , wonende te [woonplaats 2] ;
- mevrouw [naam 3] , wonende te [woonplaats 2] ;
- de heer [naam 4] , wonende te [woonplaats 2] .
bepaalt dat de advocaat van Hartree uiterlijk op 28 november 2023 schriftelijk opgave doet aan het enquêtebureau van het hof van de verhinderdata van partijen, hun advocaten en de getuigen in de maanden januari, februari en maart 2024;
bepaalt dat Hartree uiterlijk veertien dagen voor de datum van het voorlopig getuigenverhoor afschriften van (nog niet in deze procedure overgelegde) stukken waarvan zij zich bij dat verhoor wenst te bedienen, aan het enquêtebureau van dit hof ter attentie van de raadsheer-commissaris en aan de wederpartij zal dan toekomen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.S. Arnold, F.J. van de Poel en K.G.F. van der Kraats en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 november 2023.