ECLI:NL:GHAMS:2023:3061
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen en vaststelling minimale kinderalimentatie
Partijen zijn in 2012 gehuwd en in 2020 gescheiden. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen was bij de moeder, maar sinds februari 2022 verblijven zij feitelijk bij de vader. De vader verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats naar hem en een minimale kinderalimentatie van €25 per kind per maand. De moeder verzocht dit af te wijzen en wilde dat de vader de helft van de kinderbijslag aan haar zou betalen.
De rechtbank had de verzoeken van de vader afgewezen. In hoger beroep oordeelde het hof dat het belang van de kinderen bij de vader verblijven, gezien de zorgelijke thuissituatie bij de moeder en de angst van de kinderen voor haar partner, prevaleert. De uithuisplaatsing en traumabehandeling ondersteunen deze beslissing. De hoofdverblijfplaats wordt daarom bij de vader vastgesteld.
Ten aanzien van de kinderalimentatie stelt het hof vast dat de moeder een Wajong-uitkering ontvangt met een laag inkomen, en bepaalt een minimale bijdrage van €17 per kind per maand aan de vader, ingaand op de datum van de beschikking. Het verzoek van de moeder tot betaling van de helft van de kinderbijslag wordt afgewezen, omdat de kinderen hun hoofdverblijf bij de vader hebben en hij de kosten draagt.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie betreft, en het hof wijst de overige verzoeken af.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen wordt bij de vader vastgesteld en de moeder moet een minimale kinderalimentatie van €17 per kind per maand betalen.