ECLI:NL:GHAMS:2023:2968
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering moeder tot betaling kinderbijdrage over verleden periode
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin werd bepaald dat de moeder geen kinderbijdrage hoefde te betalen over de periode van 13 februari 2021 tot en met 16 juli 2022 wegens gebrek aan draagkracht.
De ouders zijn gescheiden en hebben een minderjarige dochter. In het ouderschapsplan van 13 februari 2021 is overeengekomen dat de hoofdverblijfplaats van de dochter bij de vader is en dat de moeder een bijdrage van € 200,- per maand betaalt. De vader vordert nu dat deze bijdrage alsnog wordt vastgesteld voor de genoemde periode.
De moeder stelt dat zij geen draagkracht had om deze bijdrage te betalen en dat de overeengekomen bijdrage geen berekening kende en boven haar draagkracht lag. Het hof heeft de financiële stukken van de moeder onderzocht, waaronder haar winst uit onderneming en schulden, en concludeert dat zij inderdaad geen draagkracht had. Er is sprake van een duidelijke wanverhouding tussen de overeengekomen bijdrage en wat een rechter zou hebben vastgesteld.
Het hof oordeelt dat de moeder niet gehouden is tot betaling van de kinderbijdrage over de periode in kwestie en bekrachtigt de bestreden beschikking. De draagkrachtberekening van de moeder wordt aan deze beschikking gehecht.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de moeder geen kinderbijdrage hoeft te betalen over de periode 13 februari 2021 tot en met 16 juli 2022 wegens gebrek aan draagkracht.