ECLI:NL:GHAMS:2023:2928
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- A. van Haeringen
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsverzoek grootouders met minderjarige wegens ontbreken draagvlak vader
De grootouders hebben in hoger beroep verzocht om een omgangsregeling met hun kleinkind, [minderjarige], en subsidiar een verplichting voor de vader om medewerking te verlenen aan herstel van contact. De vader heeft zowel principaal als incidenteel hoger beroep ingesteld, waarbij hij onder meer de ontvankelijkheid van de grootouders betwistte en een contactverbod tegen hen vroeg.
Het hof oordeelt dat de grootouders ontvankelijk zijn omdat zij een nauwe persoonlijke betrekking met de minderjarige hebben, ondanks het feit dat het contact na vijf maanden na de geboorte is geëindigd. De grootouders hebben hun betrokkenheid onderbouwd met feiten over de zorg voor de moeder en het contact met de minderjarige in de eerste maanden.
Het verzoek tot omgang wordt echter afgewezen omdat het draagvlak bij de vader ontbreekt en omgang zonder zijn medewerking in strijd zou zijn met de zwaarwegende belangen van de minderjarige. Het hof geeft aan dat herstel van de verstandhouding tussen vader en grootouders eerst nodig is voordat omgang kan plaatsvinden. Het verzoek tot oplegging van een contactverbod aan de grootouders wordt eveneens afgewezen, evenals het verzoek tot proceskostenveroordeling tegen de grootouders.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de grootouders om omgang met de minderjarige af wegens het ontbreken van draagvlak bij de vader en wijst ook het verzoek tot contactverbod af.